Adieu

Rond Allerheiligen en Allerzielen is er in onze contreien veel aandacht voor de nagedachtenis van overledenen. Reden voor diocesaan-administrator mgr. Hub Schnackers in zijn overweging stil te staan bij de kerkelijke uitvaart, die meer is dan slechts een vaarwel.


We moeten er in deze mooie herfst even aan wennen, dat Allerheiligen en Allerzielen voor de deur staan. Niet voor niets kennen we de uitdrukking ‘Allerheiligenweer’. Allerheiligen doet ons denken aan somber mistig, koud en akelig weer. Uit mijn kinderjaren herinner ik me, dat de chrysanten die op de graven stonden door de nachtvorst met Allerheiligen al bevroren. De mooie witte bloemen zagen er na zo’n nachtvorst bruin en verlept uit. Daarmee helpt de natuur ons een handje om ons bewust te worden dat ook het menselijke leven vergankelijk is.

Allerheiligen is verbonden met Allerzielen. Op Allerheiligen danken we God voor wat Hij met zijn genade heeft bewerkt in het leven van een aantal bijzondere mensen, die om hun levenswijze door de Kerk na een gedegen onderzoek heilig verklaard zijn. De heiligen zijn onze voorsprekers bij God en bidden met ons mee. Daags na Allerheiligen vieren we Allerzielen. Dan gedenken wij alle overledenen, die niet heilig verklaard zijn, wat niet betekent dat ze niet als heiligen geleefd kunnen hebben. Vooral herdenken we de lieve doden uit onze eigen familiekring en alle overleden bekenden en vrienden.

Verandering
In de afgelopen jaren heeft het uitvaartritueel in de verwachting van de mensen grote veranderingen ondergaan. De ontwikkeling is te omschrijven als de verschuiving van ‘Adieu’ naar ‘vaarwel’. Allereerst wil ik verhelderen, dat het hier niet persé om een tegenstelling gaat. Het gevoel van afscheid en vaarwel beleeft ieder op zijn eigen wijze en wil er ook graag op een persoonlijke wijze uiting aan geven. Mensen brengen graag hun persoonlijke emoties tot uitdrukking, zeker als de overledene een persoon is, met wie men vergroeid was, omdat het een ouder, een grootouder, een broer of zus of een kind betreft. Dan doet afscheid pijn. Een rouwperiode breekt aan en kan lang duren. Het troost mensen, als ze hun rouw mogen verwoorden in een ‘in memoriam’ of in een lied of gebaar tijdens de uitvaart. Juist deze verpersoonlijking van de uitvaart heeft in Nederland een hoge vlucht genomen.

Tradities
In mijn jeugd nam ik niet veel aan uitvaarten deel. Die waren bovendien onder schooltijd. Wat ik mij herinner is, dat de uitvaart gepaard ging met een lange reeks van tradities en gebruiken. Er waren geen uitvaartbedrijven, maar de buurt voelde zich aangesproken op haar sociale verplichting. Huis aan huis werd aangezegd wie er overleden was. Omdat in de dorpen iedereen iedereen kende, voelde iedereen zich ook betrokken bij de overledene en rouwde mee met de familie. De overledene werd opgebaard in zijn/haar eigen woning. Bij het sterfhuis werd een kruis geplaatst. Op de avonden voorafgaande aan de begrafenis werd er op straat de rozenkrans gebeden door de geburen.  In stoet werd op de dag van de begrafenis biddend naar de kerk getrokken. Halverwege kwam de priester de stoet tegen.

Het overlijden was zo voor de hele buurt een belangrijk gebeuren. De buurt rouwde mee. De buurt bood aan om de familie te helpen, waar dat maar kon. Zij leverden de dragers van de kist. Zij zorgden voor het delven van het graf. Zij hielpen een handje, want na afloop was er een koffietafel van broodjes en liefst zwarte pruimenvlaai. Omdat iedereen iedereen kende, hoefde het leven van de overledene in de kerk niet meer ter sprake te worden gebracht. Het afscheid had al enkele dagen in beslag genomen.  

Inmiddels is de buurt op afstand gekomen. De uitvaartondernemer heeft de organisatie overgenomen. De familie kan alles uitbesteden. De overledene wordt zelden nog in huis opgebaard. Het mortuarium biedt de overledene een koele ruimte om de tijd tot aan de uitvaart te overbruggen. Alle rituelen uit vroeger dagen zijn voorbij. Bovendien is de buurt ook voor elkaar anoniemer geworden. Er is ook daarom behoefte aan een meer persoonlijke uitvaart, waarin aandacht is voor de persoon van de overledene.

In Paradisum, ter paradijze
In de kerk werd er vroeger en wordt ook nu nog een ander accent gezet. Daar klinkt niet enkel een ‘vaarwel’ maar vooral een Adieu. Alle gebeden staan in het teken van het naderen tot God. In de prediking zal de verrijzenis van de Heer ter sprake komen, waaraan de overleden deel heeft.

Een Adieu is meer dan een vaarwel, want aan God geeft de overleden zijn/haar leven terug. Daarom wordt er ook gebeden om Gods barmhartigheid voor deze dierbare mens en men bidt dat hij/zij de eeuwige vreugde bij God mag binnengaan. Daar wacht deze dierbare een nieuwe toekomst. Christenen mogen daarop vertrouwen. Daarom mogen ze ook altijd hoopvol zijn. De kerkdienst eindigt daarom met het lied: “In Paradisum deducant te angeli”- “Mogen de engelen u het paradijs binnendragen”.  De kerkelijke begrafenis is dus meer dan een vaarwel. Moge deze mens het eeuwige leven bij God binnengaan, er thuis komen en herenigd worden met alle dierbaren.

Dr. Hub Schnackers,
diocesaan administrator

     
     
     
     
     
Susteren-Echt