Armoedeonderzoek 2013

Dit jaar heeft een nieuw oecumenisch armoedeonderzoek naar de diaconale hulpverlening door Kerken vanwege armoede plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat het aantal mensen dat bij de Rooms-Katholieke Kerk een aanvraag heeft gedaan voor financiële hulp ten opzichte van 2009 met ruim 50 procent is toegenomen. De hulp die de kerken bieden, bestaat vooral uit financiële giften (86 procent). Andere veel voorkomende hulpverleningsvormen zijn materieel en in natura (63 procent), financiële leningen (60 procent) en het mogelijk maken van een vakantie (38 procent). In totaal verlenen de Kerken 30 miljoen euro aan hulp.


Bij de Protestantse Kerk, waar in 2009 al een verdubbeling ten opzichte van 2007 plaatsvond, is het aantal onverminderd hoog gebleven. Bij enkele kerkgenootschappen is een forse toename van ruim 150 procent te zien. De meeste deelnemende kerken en gemeenten bieden plaatselijk niet alleen individuele, maar ook collectieve hulp. Bijvoorbeeld door het ondersteunen van voedselbanken, kerstpakketten, inloophuizen, maaltijdprojecten, maatjesprojecten, belangenorganisaties en diaconale projecten die stedelijk worden uitgevoerd. Deze veelzijdige diaconale inzet is vooral gericht op het verminderen van armoede. De overheid blijft echter in de ogen van de kerken verantwoordelijk dat niemand in armoede hoeft te vervallen.

Welke problemen en probleemgroepen?
Uit het onderzoek blijkt verder dat armoede in de Nederlandse samenleving in alle lagen van de bevolking en zowel binnen als buiten de kerken voorkomt. De meest genoemde groepen van mensen met financiële problemen zijn mensen zonder betaald werk (56 procent), alleenstaande ouders met kinderen (48 procent) en mensen met psychologische problemen (35 procent), direct gevolgd door asielzoekers en 65-plussers. Nieuwe groepen zijn mensen met een restschuld op hun hypotheek en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Kerkelijke pastorale netwerken spelen zelf een grote rol in het signaleren van armoede. Het taboe op armoede, ook in kerkelijke kring lijkt te zijn afgenomen. 
Het soort problemen waarbij diaconieën en caritasinstellingen met financiële hulp bijspringen zijn vooral problemen door schulden (45 procent), een langdurig laag inkomen (39 procent) en onvoorziene, hoge uitgaven of financiële tegenslag (24 procent).

Veel vrijwilligersuren
De inzet van diakenen, vrijwilligers en bestuurders bij de diaconale organisaties bedraagt gemiddeld 10 uur per aanvraag. Daardoor en doordat ze een verbindende rol spelen, blijken alle kerken bij het bestrijden van armoede in hun vestigingsplaats een belangrijke rol te spelen. Ze werken namelijk samen met andere kerkelijke organisaties en diaconale platforms, het maatschappelijk werk en schuldhulpverleningsorganisaties. De directe samenwerking met de gemeentelijke diensten voor Sociale Zaken blijkt tussen 2005 en 2012 gehalveerd te zijn. De diaconale organisaties spelen wel weer een belangrijke rol in het informeren van de lokale overheden, als het gaat om armoede. 

Kerken en kerkelijke groepen, zo blijkt verder uit het onderzoek, geven concrete hulp en weten mensen in acute financiële nood te bereiken. De diaconale hulpverlening vraagt de nodige inzet aan uren van betrokken diakenen, bestuurders en vrijwilligers. De eerste meting van vrijwillige inzet vanuit diaconale organisaties in het kader van armoedebestrijding laat zien dat kerken een intensieve bijdrage leveren aan de bestrijding van armoede: 16.037 mensen verlenen 403.690 uren (146 per diaconale instelling) aan individuele hulp. In totaal 26.469 mensen zijn actief met collectieve ondersteuning (399 per diaconale instelling) ofwel 1.375.212 uren. In totaal gaat het dan om 1.778.902 uren. Dat is te vergelijken met de inzet van 950 fulltime beroepskrachten. Gerekend met een ervaren MBO professional met een bruto uurloon inclusief werkgeverslasten van € 30 gaat het dan om 53.398.060 euro.

Aanbevelingen
Het blijkt dat de overheidsbureaucratie de hulp aan de meest kwetsbare groepen vaak in de weg in staat. Deze mensen blijken in toenemende mate afhankelijk te raken van kerkelijke hulpverlening. Dit is, zo stellen de onderzoekers vast, een onwenselijke situatie, omdat het recht op voldoende inkomen door de overheid wordt geschonden.
Een belangrijke aanbeveling is dan ook dat de landelijke overheid de financiële positie versterkt van mensen die langdurig afhankelijk zijn van het sociaal minimum en weinig kans hebben op werk of onvoldoende werk en om deze mensen bij bezuinigingen te ontzien. De gemeentelijke overheden krijgen, als uitvoerders van het sociale beleid, de aanbeveling om hun dienstverlening te verbeteren en om te investeren in de samenwerking met kerkelijke en belangenorganisaties.

Deelnemers aan het onderzoek
Aan het onderzoek ‘Armoede in Nederland 2013’ hebben de Rooms-Katholieke Kerk, de Protestantse Kerk, de drie Gereformeerde kerken, de Evangelische Alliantie en vele andere kerkgenootschappen meegedaan. In 2012 is 71 procent van de diaconale organisaties binnen deze kerken en kerkelijke groepen betrokken bij de ondersteuning van mensen met ernstige financiële problemen.  Het rapport, de bijlagen en de tabellen van het onderzoek 'Armoede in Nederland 2013' zijn te via www.kerkinactie.nl/armoedeonderzoek

     
     
     
     
     
Susteren-Echt