Column IX 2015

Volksverhuizingen

Bij het aanschouwen
van de grote stromen
vluchtelingen over zee
of onderweg te voet langs de spoorbaan
wordt gesproken over een uittocht
van bijbelse afmetingen.

Daarmee denk je natuurlijk
aan de uittocht van de joden
uit Egypte door de Rode Zee
en vervolgens veertig jaar door de woestijn,
voordat ze aankwamen in het beloofde land.

Bijbelse afmetingen: dat slaat op de omvang
als ook op de duur van de volksverhuizing
die thans aan de gang lijkt.

Van de oude volksverhuizingen in de geschiedenis
hebben we niet zozeer een beeld.
Maar we weten dat die meer voorkwamen
in de tijd van de Germanen.
En later de Hunnen en de Goten
Djengis Khan en Atilla zijn namen
die heel de bewoonde wereld
in rep en roer brachten.

Maar veel dichter bij onze tijd:
vooral na beide wereldoorlogen
zijn alleen al in Duitsland
twaalf miljoen mensen uit Oost-Europa
aan onderdak geholpen,
die have en goed achter moesten laten.

In Nederland hebben honderdduizenden
Indische Nederlanders en later Surinamerrs
hun toevlucht gevonden
en zijn opgegaan in de bevolking.

Overigens kostte dat alles grote moeite,
zowel voor de immigranten
als voor de ontvangende bevolking.
Maar het betekende uiteindelijk verbreding van horizon.

Nog altijd klinkt er breed grote spijt door,
als we denken aan de afwijzing van de joden
die vóór de oorlog Duitsland wilden ontvluchten.

Vluchtelingen van toen in nood en gevaar,
die in veel landen op dove oren
en dichte grenzen stuitten.

Laten we leren van de geschiedenis.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt