Column juni 2014

Bescheidenheid

Het lijkt een woord
uit de oude doos van oma.

Was dat niet een tijd,
waar rangen en standen
de afstand bepaalden,
die je in acht had te nemen,
met de pet of hoed in de hand?

Rijkdom, titels en macht
straalden meestal helemaal
geen bescheidenheid uit.

Gelukkig hebben vereende inspanningen
van de politiek en, ja ook van de kerk
er voor gezorgd
dat de meeste jongeren een opleiding
kunnen bereiken die op hen aansluit.

In dat opzicht was de invoering
van allerlei sociale wetten
voor veel mensen een zegen.

Wie kan zich nog de tijd herinneren
dat weduwen, invaliden,
werkelozen nauwelijks
enige ondersteuning kregen van de overheid?

En daarmee trad een generatie aan,
geëmancipeerd, zelfbewust, en terecht.
Niks bescheidenheid, die steeds was aangeraden,
beleefd zijn, met de pet in de hand.

Maar we raakten tegelijkertijd
in een wat ruwere maatschappij.
Het gaat snel van jij en jou.
En de minister-president is Mark.

Het is de vraag
of onze vrijere omgang,
waar ieder uitgenodigd lijkt
naar voorbeelden in de media
om pets, heel drastisch en rechtstreeks,
met onze medemens om te gaan
wel zo’n aangenaam klimaat schept.

Een tikje bescheidenheid kan weldadig zijn.
Ook al moeten we niet zozeer naar anderen wijzen
als naar onszelf. Dat werkt eerder.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt