Column VII 2015

Onkruid en tarwe

Volop zomer.
Tijd van wasdom en tijd van oogst.
Tijd ook van het geduld.

Niet te veel regen, maar ook niet te weinig.
Niet te veel zon, maar ook niet te weinig.

Je kunt de grond deskundig bewerken.
Je hebt allerlei hulpmiddelen.
Maar de groeikracht heb je niet in de hand.

In vroeger tijden had men minder knowhow.
Kunstmest en allerlei fijne besproeiing
was buiten beeld in Jezus’ tijd.

Maar Hij vertelde een parabel,
die we ons nog altijd in de oren kunnen knopen:
de parabel van het geduld.

Een boer had tarwe gezaaid,
maar een snoodaard had onkruid gezaaid
tussen de tarwe.
En beiden groeiden op tot de oogst.

Zijn knechten boden aan
om het onkruid uit te trekken tussen de tarwe.
‘Nee’, zei de Heer ‘laat beiden opgroeien tot de oogst;
je zou anders misschien de tarwe méé uittrekken!’

Is het ook niet zo met ons mensen?

We zijn allen geboren
met goede en minder goede eigenschappen.
En meestal zie je eerder bij de ánder
wat fout is, dan bij jezélf.

Is de parabel niet een pleidooi
om vooral veel geduld te hebben
met het onkruid, dat je ziet van anderen?

In de hoop dat ánderen datzelfde geduld
kunnen opbrengen met mij.

Hoe dan ook:  God heeft dat geduld tot de oogst.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt