En de boer ploegde voort

Aan de hand van het beroemde gedicht uit de Nederlandse letterkunde beschrijft diocesaan administrator Schnackers in een overweging zijn eigen ballade aan de boer.

Laatst viel mij weer eens het gedicht in handen, dat mij steeds bijzonder geraakt heeft. Het is de 'Ballade van de boer' van J.W.F. Werumeus Buning, een van de toppers in de Nederlandse letterkunde. Die liefde voor dat gedicht zal bij mij wel aangeboren zijn vanwege mijn herkomst als boerenzoon, maar er zijn een aantal aspecten die mij aanspreken.

Ik zie vanuit mijn jeugd in gedachte mijn vader nog achter zijn ploeg of eg aanstappen, de hele dag door, tien uur lang met een snelheid van 3-4 km per uur: 35 km per dag. Dagen achter elkaar. Meerdere Kennedymarsen per week. In de ballade schetst Bruning het doorzettingsvermogen van de landman. Ondanks het zware werk is hij met hart en ziel verknocht aan zijn boerenbestaan. 

Keerpunten en continuïteit
In het gedicht worden een aantal situaties geschilderd in de wereldgeschiedenis, waarbij iedereen stilstaat, omdat ze een wending in de tijd uitdrukten. En telkens verwoord de dichter ook de continuïteit in het refrein: “En de boer, hij ploegde voort.” 
Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort.
En toen zijn akker ten einde was,
toen keerde de boer de ploeg
en hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
en de boer, hij werd verhoord.


Wijsheid
Tijdens zijn zweten en zwoegen achter de ploeg stond het verstand van de boer niet op nul. Menigeen zou zich een gezond boerenverstand toewensen. Heel de schepping en heel het leven ging in zijn gedachten aan hem voorbij. Hij dacht erover na. Hij bewonderde de Schepper en aanbad hem.  Hij begreep, dat niet alles maakbaar is in de natuur, en dat oogsten altijd ontvangen is. Hij wist, dat hij enkel ploegen en zaaien kon, maar dat het God is die wasdom geeft.
Het jonge graan werd altijd groen,
de sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
en de boer heeft het gehoord.

Zwaar
De idylle van het boerenbestaan was toch niet zo idyllisch. Geen plaats voor boerenromantiek. Oorlogsomstandigheden konden het leven zwaar teisteren. Soldaten namen zich wat ze zagen. Brandstichting, roof, verkrachtingen, het ging niet aan het boerenerf voorbij.
Men heeft de boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor de ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.


Volharding
Zozeer is de boer vergroeid met zijn bestaan, dat waar een ander moedeloos en opstandig zou worden, de boer toch volhoudt en voortploegt. Boer-zijn zit in zijn genen. Hij hoort het lied van de leeuwerik en geniet van de natuur. Dat is hem genoeg. En daarom ploegt de boer verder voort.
Zo menigeen lei de ploegstaart om,
en deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
en de boer hij ploegde voort.


Nu
De wereld van de dichter J.W.F. Werumeus Buning, verwoord in de Ballade van de boer,bestaat niet meer. Geloven had in die wereld een vanzelfsprekendheid. Die vanzelfsprekendheid is niet meer. Die plaats heeft het geloof verloren. De moderne landman is ondernemer geworden.  Hij rekent en calculeert en zoekt grenzen op. De industriële landbouw wil zo graag de wetten van de natuur uitschakelen, maar vroeg of laat komt de moderne boer de natuur toch tegen. We lijden of hebben geleden onder de droogte. De regeninstallaties konden de droogte niet bijbenen. Ook in de veehouderij is de menselijke maat gepasseerd. Tegenslag wordt al snel tot een calamiteit. Maar we kunnen toch leren van de verwondering van die dichter, die zijn tijd beschrijft. De landman van die dagen geloofde in de Schepper, want hij wist zeker dat de werkelijkheid groter is dan dat wat hij met zijn ogen kon zien.  Hij was bereid om de wetten van de schepping te respecteren en de menselijke maat te erkennen en te respecteren. Ook de landbouw heeft zijn ethische wetten.

Geloven
Wij willen ons bewust worden van onze verbondenheid met God, want dat doet een mens altijd goed. Dan zijn we niet egoïstisch, maar bescheiden en dankbaar. Een aantal crises in deze eeuw zijn ontstaan, omdat wij alles naar onze hand wilden zetten in het dagelijkse bestaan. Aan de oorsprong van de crises liggen menselijke schaduwkanten: “Nooit genoeg en het doel heiligt alle middelen”.  Tevredenheid, dankbaarheid, geloof, liefde en hoop worden verpersoonlijkt in de boer die niet bij de pakken neerzit.
Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
"Ter wille van de boer die ploegt
bestaat de wereld voort!"

Dr. Hub Schnackers,
diocesaan administrator
  

     
     
     
     
     
Susteren-Echt