Heilig Hart van Jezus: symbool van Gods Liefde

Elk jaar op de derde vrijdag na Pinksteren viert de Kerk het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. Dit jaar op 12 juni. Het Heilig Hart van Jezus is het zinnebeeld van de immense liefde van Jezus Christus voor God en de mensheid. De devotie tot het Heilig Hart is gericht op de minnende kracht die behoort tot de menselijke natuur van Christus.


Heilig Hartraam in de St. Gerlachuskerk te Banholt (Atelier Den Rooijen, 1911)

In de Bijbel wordt het hart vaak beschouwd als het symbool van moed, vreugde en hartstocht. Kerkvaders beschouwden het hart als symbool van liefde. Middeleeuwse mystici beschreven hun ervaringen van de hartstochtelijke liefde van Jezus voor de mensheid. Deze liefde uit zich in de wil om te lijden en te sterven in het belang van de ander. Ook vertegenwoordigers van de Moderne Devotie droegen bij aan de toewijding tot de geïncarneerde liefde van God.

De eerste die in de nieuwe tijd de devotie tot het Heilig Hart propageerde was Johannes Eudes (1601-1680). Geïnspireerd door Franciscus van Sales en de privé-openbaringen aan Gertrudis en Mechtildis van Helfta verspreidde deze Franse priester en missieprediker deze vroomheid onder het Franse volk. In 1672 gaf de bisschop van Rennes aan de door Johannes Eudes gestichte religieuze congregaties voor het eerst verlof om een speciaal feest ter ere van Hart van Jezus te vieren.

Margaretha Maria Alacoque
De Heilig-Hartdevotie brak pas echt goed door de berichten over de visioenen van Margaretha Maria Alacoque(1646-1690). Aan haar zou Jezus zijn bloedend hart hebben getoond. Volgens deze kloosterzuster uit het Franse Paray-le-Monial was zij door Jezus deelgenoot gemaakt van zijn verdriet vanwege het groot aantal mensen die zijn liefde afwezen. Margaretha Maria Alacoque vond in de jezuïet Claude de la Colombière haar woordvoerder. Hij geldt als een van de voornaamste propagandisten van de Heilig-Hartdevotie. Deze vroomheid moest volgens hem niet alleen dienen als eerherstel maar ook als middel om het gelovige vuur bij de gedoopten aan te wakkeren.

Feest
Jezus, aldus Margaretha Maria Alacoque, had kenbaar gemaakt dat de kerkelijke autoriteiten een feest ter ere van zijn liefde moesten instellen en wel op de derde vrijdag na Pinksteren. Dat leidde er toe dat paus Clemens XIII in 1765 de 'derde vrijdag na Pinksteren' officieel als een plaatselijk feest erkende. Paus Pius IX schreef het feest in 1856 voor in heel de RK-Kerk en kende er een hoge liturgische rang aan toe. Thans is het een hoogfeest.

Iconografie
In de 19de eeuw werden massaal neogotische heilighartbeelden in diverse maten geproduceerd. Deze kwamen niet alleen terecht in kerken en kapellen, maar ook in huiskamers. Heilighartbeelden stellen Jezus in zijn verrezen gestalte voor. Sommige tonen een langharige Jezus met gespreide armen, waardoor de stigmata zichtbaar zijn. Bij andere beelden wijst Jezus op zijn hart. Het hart zit op de borst. De bovenkant van het orgaan heeft een opening waaruit een kruis en een vlam komen. Meestal is het hart omkranst met een doornenkroon. Op sommige schilderijen heeft Jezus zijn hart in handen waarbij hij een tonende positie heeft aangenomen.

H. Hartkerken en -beelden
In de 19de en begin 20ste eeuw werden tal van nieuwe kerken toegewijd aan het Heilig Hart. Beroemde kerken zijn de Sacré-Coeur op Montmartre in Parijs en de basiliek op de Koekelberg in Brussel. Ook in Limburg zijn er verschillende H. Hartkerken, zoals in Heerlen (Schandelen), Kerkrade (Haanrade), Landgraaf (Nieuwenhagerheide), Maasbracht (Brachterbeek), Maastricht (de 'koepelkerk'), Roermond (de votiefkerk naast het ziekenhuis in de wijk Het Veld), Venlo en de basiliek in Sittard. Op zo'n honderd plekken verspreid in heel Limburg zijn er bovendien H. Hartbeelden op pleinen en in plantsoenen geplaatst.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt