Heilig- en zaligverklaring

Hoe werkt een procedure tot zalig- en heiligverklaring? Een korte uitleg.

Een vrouw of man tot heilige uitroepen en als zodanig vereren is een zeer oud gebruik. De verering van heiligen is spontaan ontstaan. In de begintijd van het christendom werd een eerbiedwaardige overledene door het volk als heilige gezien. Er kwam een verering op gang, die later door een bisschop werd goedgekeurd. De gewoonte ontstond om de stoffelijke resten van iemand op te graven en opnieuw in kerk, kapel of klooster in een reliekschrijn te bewaren. Aan de botten en haren of wat er nog meer van een heilige was overgebleven, werd een grote kracht toegeschreven. Zozeer zelfs dat men bij gevaar of in nood de schrijn uit de kerk haalde en ter bezwering van het onheil door dorp of stad in processie ronddroeg. De bekendste reliekschrijn in Nederland is zonder twijfel de 'Noodkist' in de Sint Servaasbasiliek in Maastricht. Ze bevat de overblijfselen van de heilige bisschoppen Servatius en Martinus.
Vroege heiligen zijn geen van allen onderworpen geweest aan het langdurig proces van zalig- en heiligverklaring zoals dat tegenwoordig het geval is. Onder de heiligen uit de begintijd vallen alle 54 eerste pausen, te beginnen met Petrus. Aanvankelijk viel de heiligenverering samen met de verering van martelaren. Alle heiligen van het eerste uur stierven de marteldood. Agnes was de laatste martelares uit die tijd.
De eerste heilige niet-martelaar was bisschop Martinus van Tours, Sint Maarten, die overleed in 397. Het zou tot 993 alvorens Udalricus, bisschop van Augsburg, de eerste officieel heilig verklaarde persoon werd. In 1171 bepaalde paus Alexander III dat heiligverklaringen voortaan waren voorbehouden aan de Heilige Stoel. In 1634 breidde paus Urbanus VIII dit uit tot de zaligverklaringen.
Over het leven van de heiligen uit de beginperiode is slechts weinig met zekerheid te zeggen. De meest betrouwbare bron over hen uit die tijd zijn de oude martelaarsbrieven, verslagen van het leven en het sterven van een martelaar. De oudst bekende hagiografie, zoals deze beschrijving heet, gaat over Polycarpus, de bisschop van Smyrna die in 155 de marteldood stierf.
Net als sporthelden, filmsterren en bekende tv-persoonlijkheden worden ook heiligen vereerd. Tijdens het concilie van Nicea in 787 hebben de kerkvaders voor het eerst geformuleerd wat onder verering moet worden verstaan: "God aanbidt men, heiligen vereert men".
De relikwieverering is met het edict van Milaan in 310 kerkelijk goedgekeurd. Daarnaast is er ook de devotie tot afbeeldingen van heiligen, beelden of schilderijen. Onlosmakelijk verbonden met heiligen zijn de bedevaarten (letterlijk: reizen om een verzoek te doen) naar plaatsen als Jeruzalem, Rome, Santiago de Compostela of ook naar pelgrimsoorden dichter bij huis als Maastricht, Smakt of Sint Odiliënberg.
Veel heiligen kregen door de kerk of door het volksgeloof een specialisatie toebedeeld. Heiligen die aangeroepen worden als bijzondere beschermer van personen, groepen, steden en landen, een beroepsgroep, vereniging, school of kerkgebouw.

 

Procedure
Wanneer bekend is geworden dat iemand jaren na zijn of haar dood aandacht blijft trekken en voorwerp van verering is geworden, wordt in het bisdom waar deze persoon is overleden een onderzoek ingesteld. Voorwaarde is dat er een persoon of instantie optreedt als eiser om de zaligverklaring te bepleiten én de proceskosten op zich te nemen. De bisschop stelt enkele medewerkers aan voor het verdere onderzoek. Indien door dezen de faam van heiligheid wordt vastgesteld wordt het onderzoek voortgezet. Nu worden alle relevante bronnen verzameld en eventuele getuigen gehoord en worden de wonderen of het wonder die aan de voorspraak van de 'dienaar Gods' worden toegeschreven, geanalyseerd.
Na afronding van de diocesane werkzaamheden zet te Rome de Congregatie voor de Heiligverklaringen het proces voort. Zij stelt vast of de kandidaat-zalige heeft uitgeblonken in de goddelijke en de zedelijke deugden. Laat de paus zich over de uitslag van dit onderzoek goedkeurend uit, dan vaardigt de congregatie een decreet uit waarin de kandidaat dienaar God of 'eerbiedwaardige' genoemd mag worden.
Vervolgens houdt de congregatie zich bezig met de verificatie van de vermeende wonderen. Dit wordt beoordeeld door vijf deskundigen, gewoonlijk geneesheren. Indien tenminste drie van hen positief oordelen wordt het verslag hiervan voorgelegd aan een vergadering van theologen en vervolgens aan een vergadering van bisschoppen en kardinalen. Nadat hun besluiten aan de paus zijn medegedeeld is aan hem het besluit om de zaligverklaring uit te spreken. Meestal gebeurt dit door de paus tijdens een plechtigheid in de Sint Pieter in Rome, soms ook op een andere plaats in de wereld.
De heiligverklaring is een vervolg op de zaligverklaring. Een van de vereisten is wel dat er na de zaligverklaring nog tenminste één wonder is gebeurd op voorspraak van de zalige. De heiligverklaring is de benaming voor de inschrijving van een heilige in de canon van de heiligen. Op 5 oktober betekende dat dus de plechtige verklaring van de paus, de canonisatie, die inhoudt dat Arnold Janssen als heilige in het openbaar vereerd mag worden. Dit geldt een verering binnen de hele katholieke wereldkerk. En daarmee is meteen een duidelijk verschil in rang tussen zalige en heilige aantoonbaar. Een zalige mag immers alleen vereerd worden ('verheven tot de eer der altaren') binnen een of enkele bisdommen, kerkprovincies, religieuze orden of congregaties.
Hoewel de zalig- en heiligverklaring is voorbehouden aan de paus, is het opmerkelijk dat de voordracht van kandidaten vanuit de basis wordt gedaan. Het volk bepaalt per definitie welke heiligen populair blijven, dat wil zeggen: veel verering genieten, en welke uiteindelijk niet meer zijn dan een aantekening papier.

Schrappen van heiligen
Eenmaal heilig verklaard kan een heilige niet meer als heilige 'geschrapt' worden. Het is daarom een misverstand te veronderstellen dat bijvoorbeeld de heilige Christoffel in de jaren zestig dit lot zou zijn overkomen. Wel werden na het Tweede Vaticaans Concilie 188 heiligen die op de officiële kalender stonden en van wie de officiële 'papieren' als te legendarisch en te weinig historisch werden beoordeeld, uit die officiële kalender gehaald, zodat er plaats vrij kwam voor nieuwe heiligen uit latere eeuwen. Alleen paus Johannes-Paulus II verklaarde de laatste decennia al bijna 500 mensen heilig!
Dit betekent niet dat heiligen als Christoffel niet meer als zodanig vereerd mogen worden. Hun namen blijven vermeld in de boeken en hun verering, zo die er vanouds geweest is, blijft toegestaan. Bovendien heeft Rome aan de afzonderlijke bisdommen de vrijheid gelaten om naar keuze 'oude' heilige te handhaven in de eigen diocesane feestkalender. Zo wordt de feestdag van Christoffel, patroonheilige van de kathedraal en de stad Roermond, op 24 juli in heel het bisdom Roermond gevierd.

Heiligheid
Christus zelf is de heilige bij uitstek. Volgens de bijbel volgen na hem in de hemelse hierarchie zijn moeder Maria, die de volmaaktheid reeds heeft bereikt en ten hemel werd opgenomen. Dan volgen zij die in de loop der tijd door de Kerk heilig verklaard werden. Zij allen zijn niet alleen voorbeelden voor een leven in heiligheid, maar kunnen ook worden aangeroepen als onze voorsprekers bij God. Uiteraard zijn er miljoenen gelovigen die ook op heldhaftige wijze de deugden hebben beoefend en geleefd hebben in trouw aan Gods genade. Ook zij zijn ongetwijfeld als heilig te beschouwen en worden op het jaarlijkse hoogfeest van Allerheiligen (1 november) geëerd en aangeroepen als voorsprekers. Zij kennen geen officiële persoonlijke verering, maar dat doet niets af aan de mate van hun eeuwig hemels geluk, dat voor iedere heilige immers gelijk is en voor iedere mens bereikbaar is.

Limburgse heiligen
Het aantal Nederlandse heiligen is niet precies vast te stellen, vermoedelijke enkele tientallen. De meeste 'Nederlandse' heiligen zijn hier niet geboren, maar leefden en stierven hier wel. Onder hen de in 754 bij Dokkum vermoordde Bonifatius en de patroonheilige van Nederland, Willibrordus. Bekende Nederlandse heiligen zijn verder onder meer Lidwina van Schiedam, Petrus Canisius en de Martelaren van Gorkum.
Arnold Janssen wordt de eerste 'Limburgse' heilige sinds vele eeuwen. Onder 'Limburger' wordt in dit geval verstaan een persoon die in deze contreien geboren werd of hier geruime tijd werkzaam was, stierf en begraven is.
De meeste 'Limburgse' heiligen vinden we in Maastricht. De 21 bisschoppen die hier van de vierde tot de achtste eeuw resideerden zijn allen heilig. Van hen zijn Servatius, Lambertus en Hubertus de meest bekende. Daarbij moet worden opgemerkt dat nogal wat bisschoppen het tot heiligheid brachten doordat het vroeger gebruikelijk was op hun grafsteen 'sanctus' (heilig) te beitelen.
Andere bekende Limburgse heiligen zijn onder meer Norbertus uit Gennep, Gerlachus uit Houthem, Amelberga uit Susteren en de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus uit Sint Odiliënberg.
Niet in Limburg geboren, hier ook niet gestorven of begraven en daarom dus niet betiteld als 'Limburgse' heilige is dr. Edith Stein. Toch is zij vermeldenswaard omdat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het carmelitessenklooster in het Limburgse Echt verbleef en enkele jaren geleden heilig werd verklaard.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt