Het grootste museum

"Kerken mogen niet verworden tot louter musea, maar dienen plekken te zijn van levendige geloofsbeleving. Daarom is het goed om catechetische rondleidingen aan te bieden." Dat schrijft diocesaan administrator Schnackers in onderstaande overweging.

  


De vakantie gaat beginnen. Iedereen heeft zo zijn eigen invulling van deze vrije tijd. Massaal zal er naar de stranden getrokken worden. Er zijn ook de mensen die graag de bergen in trekken om daar onder de indruk te raken van Gods natuur. Tenslotte zijn er de mensen die graag bezichtigen. Ze maken stedentrips naar Parijs, Berlijn, Londen, Amsterdam, Wenen, München, Rome, St.Petersburg, enz, enz… Op hun programma staan de bezienswaardigheden. Hun reisgidsen geven de noodzakelijke informatie over de bijzondere gebouwen. Enige verdieping in de historie van de stad strekt meestal tot aanbeveling. De Arc de Triomph te Parijs verwacht, dat men iets van Napoleon weet. Ook het Forum Romanum te Rome verwacht enige achtergrondinformatie.

Behalve grote gebouwen worden er ook musea bezocht. Soms is het museum het eerste doel van de stedentrip zoals het Louvre te Parijs en de Hermitage in St. Petersburg of het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook is er vaak bijzondere aandacht voor religieuze kunst. Laatst bezocht ik het Teseum in Tongeren. Zeer de moeite waard. Ook heb ik enkele keren een bezoek gebracht aan het museum voor religieuze kunst in het Catharijneconvent te Utrecht.

Onze kerkelijke kunst
Maar vaak is er ook veel religieuze kunst ‘binnen handbereik’, in de eigen omgeving en soms zelfs in de eigen parochiekerk. Het is inmiddels al weer een kwart eeuw geleden dat de NCRV het programma ‘Kerkepad’ uitzond. In een bepaalde stad werd er de mogelijkheid geboden om van kerk tot kerk te wandelen/fietsen. In deze kerken werd dan de kerkelijke kunst uitgestald en werd er uitleg gegeven bij de geschiedenis van het kerkgebouw. 

Het Catharijneconvent in Utrecht is zich ervan bewust geworden, dat er zich heel wat kerkelijke kunst in de eigen omgeving bevindt en dat de kerken samen als het grootste museum van Nederland beschouwd mogen worden. Inderdaad bevindt er zich heel wat kerkelijke kunst in onze gewone dorps- en stadsparochiekerken. Helaas weet het inbrekersgilde dat ook en vele parochies moeten hun kunst in de kluis bewaren en na de vieringen gaan de deuren van de kerken weer op slot. Maar te vaak gaan we ook achteloos voorbij aan onze kerkelijke kunst in eigen kerk. We moeten er uitdrukkelijk op gewezen worden.

Het initiatief van het Catharijneconvent om te wijzen op de plaatselijke aanwezigheid van kerkelijke kunst verdient dus alle erkenning. Er is de waardering dat sommige kerken haast als een museum te beschouwen zijn. In ons bisdom hebben we enkele toppers zoals de Sint-Servaasbasiliek en de 'Slevrouwe'-basiliek met hun schatkamers te Maastricht. Maar ook de abdijkerk van Rolduc mag er zijn of de Munsterkerk in Roermond, de Grote Kerk van Venray, de Sint-Martinuskerk in Gennep of de Sint-Lambertuskerk te Horst. Enz Enz.

Maar toch
Maar toch, ondanks dat ik een liefhebber ben van kerkelijke kunst, begon mijn geweten wat te knagen. Doen we er wel goed aan door te spreken van het 'grootste museum' van Nederland. We brengen immers naar het museum wat uit de tijd is en niet meer leeft. Onze kerken mogen daarom niet verworden tot musea, maar dienen plekken te zijn waar de geloofsgemeenschap samenkomt om er in het heilig Woord en de heilige Sacramenten onze Heer Jezus Christus te ontmoeten, die ons van Zijn Leven vervult en uitstuurt om zijn heilswerk in deze wereld nú voort te zetten als een opdracht nú.

Het is bovendien een wereld van verschil of ik met bewondering naar een doopvont kijk vanwege de respectabele ouderdom, of omdat de doopvont de plek is van het eerste sacrament waar in geloof het doopwater over het hoofdje van een kindje stroomt en dit kindje daardoor ook kind van God wordt en God zich daarmee borg stelt voor dit kind. Het is een wereld van verschil, of ik een monstrans bekijk als staaltje van edelsmeedkunst alleen, of omdat dit het kleinood is om te tonen dat Jezus werkelijk tegenwoordig is in de Eucharistie en dat met dat doel deze fraaie houder is geschapen. Het is een wereld van verschil, of ik de beeltenis van O.L.Vrouw enkel beschouw op de artistieke waarde, of dat ik zelf beleef, dat zij de Moeder Gods is en ook onze hemelse Moeder is, aan wie ik mijn zorgen toevertrouw en die vanuit de hemel met mij meebidt. Onze kerkgebouwen mogen niet verworden tot louter musea, maar dienen plekken te zijn van levendige geloofsbeleving. Het zou daarom goed zijn om de stroom van bezoekers catechetische rondleidingen te geven, waarin de waarde van het kerkgebouw met alles wat erin aanwezig is en erin gebeurt, wordt verklaard. Ook is het zinvol om mensen uit te nodigen tot gebed in een middagvesperdienst of stille aanbidding. Dan komt de actuele waarde van het kerkgebouw pas echt tot zijn recht.

Dr. Hub Schnackers,
diocesaan administrator

 

 

 

  

     
     
     
     
     
Susteren-Echt