Preek bij gelegenheid van de installatie van H. Smeets tot kanunnik

Tijdens een vesperviering op maandag 7 decemeber 2015 werd pastoor-deken Harrie Smeets van Venray geïnstalleerd tot lid van het Kathedraal Kapittel van Roermond. Bij die gelegenheid sprak bisschop Frans Wiertz bijgaande preek uit.

Morgen is het driedubbel feest. We vieren dan de 41e verjaardag van de priesteropleiding van ons bisdom. In Rome opent paus Franciscus het Heilig Jaar van de Barmhartigheid. En we vieren het hoogfeest van Maria Onbevlekt Ontvangen, de patrones van ons bisdom, waarvan we vanavond de vespers bidden. Aan de vooravond van zo’n feestelijke dag  wil ik graag met u even stilstaan bij de toekomst van ons bisdom.
 
U weet, ik heb vorige week mijn 73e verjaardag mogen vieren. Bij leven en welzijn zal ik nog twee jaar uw bisschop zijn. Zolang de gezondheid het toelaat en mijn gezichtsvermogen niet nog verder verslechtert, ben ik ook vast plan tot 2 december 2017 in functie te blijven. Maar er dienen zich langzaam vragen aan die ook gevolgen hebben voor de periode daarná. 
 
Het ligt volstrekt niet in mijn aard om over mijn graf heen te regeren. Maar twee jaar is te lang om alle beslissingen aan een opvolger te laten. Vandaar dat ik vandaag enkele gedachten met u wil delen. Vooral omdat u als kapittel het enige gremium bent dat de Bisschop overleeft en een rol speelt bij de opvolging. Het is goed dat u dan weet hoe we die laatste jaren samen ingevuld hebben.
 
Denkend over de situatie van de Kerk in heel West-Europa op dit moment, dient zich het Bijbelse beeld aan van de tocht van het Joodse volk door de woestijn. Veertig jaar trok Mozes met hen rond; op weg naar het Beloofde Land. Zonder exact te weten hoe de weg erheen zou lopen of wanneer de dag van aankomst zou zijn.
 
Zo trekken wij als herders in de kerk van vandaag ook met de gelovigen rond door de woestijn van een geseculariseerd landschap. Dat betekent lange etappes door relatief dor en droog landschap. Met af en toe een oase om je aan te laven of om uit te rusten. Natuurlijk zal er onderweg gemord worden. Dat deed het volk Israël ook. En er zal zeker ook gezocht worden naar afgoden. Elke dag dient zich wel een ander gouden kalf aan. Maar ook al is de tocht lang en ver, we mogen het reisdoel niet uit het oog verliezen. 
 
Het zal zeker een 40 jaar – dat wil zeggen: een hele generatie of meerdere generaties – duren, voordat we die nieuwe evangelisatie gerealiseerd hebben, voordat we het beloofde land bereiken. U weet dat we juist onder dit soort omstandigheden niet moe moeten worden om de weg te wijzen. Zolang Mozes zijn armen uitstrekte, ging het goed met het volk van de Heer en kwam het vooruit. Dus juist nu wordt van ons een positieve kijk verwacht. Volstrekt geen doemdenken. De armen laten zakken verkort de route zeker niet. In de voetsporen van paus Franciscus mogen we zoeken naar mogelijkheden om in de woestijn van het dagelijks leven aanknopingspunten met het evangelie te vinden. En van daaruit proberen de trek naar het Beloofde Land op gang te brengen.
 
Er is een aantal randvoorwaarden nodig om die tocht te kunnen volbrengen. We hebben plekken nodig om samen te komen. Kleine oases in de woestijn. Of het nu een dorpskerk is, een bedevaartplek of een religieuze beweging. Laten we er zuinig op zijn. 
 
Waar we zeker nooit in mogen trappen, is de valkuil dat we als kerk zelf God weghalen uit de gemeenschap. Je kunt een oase niet zomaar oppakken en met een andere samenvoegen. Dan glipt ie letterlijk als zand tussen je vingers door. Daarom is het goed dat de structuur van parochies, maar ook van kloosters en bedevaartplekken, zich via een natuurlijk proces ontwikkelt. Ik weet heel goed dat sommigen dat te langzaam vinden. Maar liever dit, dan dat we zelf de oaseplekken vernietigen.
 
Twee andere randvoorwaarden voor de tocht door de woestijn zijn dat er vaders en moeders zijn met jonge gezinnen, waarin het geloof wordt doorgegeven en dat er voldoende priesters meetrekken. Ons seminarie draait op dit moment uitstekend. Daarom heb ik het ook nu aangedurfd heb om een nieuwe rector te benoemen. Als de lijn van de afgelopen jaren zich voortzet, dan mogen we de komende tientallen jaren verzekerd zijn van priesters voor ons bisdom. 
 
Een vierde lijn die minstens zo belangrijk is als de eerste drie , is dat we de mensen weten mee te nemen op onze tocht. Dat kan via de liturgie en goede catechese. Daar moeten we zonder meer in blijven investeren. Maar we weten ook dat moderne mensen hier niet allemaal meteen gevoelig voor zijn. Terwijl vrijwel niemand ongevoelig is voor diaconie en barmhartigheid. Daarom is het Heilig Jaar dat morgen geopend wordt een schot in de roos van deze paus. Laten we hem daarin van harte steunen.
 
Tijdens de toch door de woestijn zou de diaconie wel eens de motor kunnen blijken te zijn, die onze kerk nodig heeft. U weet hoe de tocht van het volk Israël afliep. Mozes zag het beloofde land liggen, maar ging het zelf niet levend binnen. Misschien zullen ook wij de nieuwe bloeiende kerk van over 40 jaar zelf niet meer meemaken. Maar wij moeten nu wel daarvoor de bakens uitzetten. 
 
Die kunnen de generatie van de toekomst helpen om de juiste richting te vinden. Wat mij betreft, is daar groot geduld bij nodig, intens gebed en vertrouwen voor alles op Jezus. Laten we samen onze tocht vervolgen op voorspraak van Maria Onbevlekt Ontvangen, de patrones van ons bisdom.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt