Maria schudt de Kerk wakker

“Het was Maria die met Pinksteren de apostelen wakker schudde. Zij schudt nu ook de kerk van Nederland wakker om te doen wat we moeten doen op basis van ons doopsel en vormsel. Ze wil ons wakker schudden om ons geloof door te geven en niet aan moedeloosheid toe te geven.” Vandaag, op Tweede Pinksterdag, viert de katholieke kerk voor het eerst de nieuwe gedachtenis Maria, Moeder van de Kerk, die paus Franciscus eerder dit jaar heeft ingevoerd. Enkele gedachten van diocesaan administrator Mgr. Hub Schnackers bij die nieuwe aandacht voor “de sterke vrouw Maria”. 

Een nieuwe feestdag ter ere van Maria, onder de titel: Moeder van de Kerk. Onze paus Franciscus heeft als Zuid-Amerikaan een grote devotie totdat Maria. Het is bekend, dat de paus, voorafgaande aan apostolische reizen, steeds de grote Maria Basiliek, de Maria Maggiore, te Rome bezoekt om zijn reis aan haar toe te vertrou­wen. Ook als hij belangrijke beslissingen moet nemen, komt hij naar deze eeuwenoude Mariakerk om daar zijn zorgen aan haar voeten neer te leggen. 

Maar waarom deze nieuwe feestdag? Is dat niet overdreven? Weer een Mariafeest? In de jaren ’50 van de vorige eeuw was er een toevloed van Mariadagen, Mariaka­pellen en Mariadevoties. Mariabedevaarten groeiden uit tot een bedrijfstak. 

Men had als principe ‘over Maria nooit genoeg’. Aan Maria kan men niet genoeg eer brengen. Zoveel aandacht tot Maria had tot gevolg, dat na het tweede Vaticaanse concilie men een aantal van deze devoties weer heeft afgebouwd. Niemand die nog een Mariakapel durfde te bouwen. Maar eind jaren ’80 nam de belangstelling voor Maria weer toe. Zonder de Mariadevo­tie is ons katholieke geloof immers zo bloedloos. Wij willen mensen zien, in wie het evangelie ‘vlees en bloed’ geworden is. We willen voorbeelden. Daarom vereren we onze heiligen. Maar er is ons geen groter voorbeeld gegeven dan Maria. Onder de heiligen neemt zij een bevoorrechte positie in. Onder de heiligen mag je best een favoriet hebben of omgekeerd voor een heilige maar weinig devotie ervaren. Maar aan Maria mag niemand voorbij. Aan haar is de engel Gabriel verschenen om haar te zeggen, dat Gods Geest haar zal overschaduwen omdat zij Moeder van God zal worden. Daartoe is zij de Onbevlekte Maagd. Ze heeft in haar hart steeds aan God toebehoort. 

We zijn misschien geneigd om ons het leven van Maria als een idylle voor te stellen. Maar niets is minder waar. Zij was verloofd met Joseph en had haar eigen toekomstplannen. Maar door het woord van de engel is ze bereid deze plannen op te geven. “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar Uw woord’, was haar antwoord aan de engel. We weten, hoe Joseph na een innerlijke strijd, haar steunde in deze bijzondere roeping. Ze zag natuurlijk ‘in blijde verwachting’ uit naar de geboorte van haar kind, maar we weten, hoe zij, hoogzwanger, van Nazareth naar Bethlehem moest reizen, omdat een op macht beluste keizer wilde weten, hoeveel mensen er in zijn rijk woonden en hoeveel belasting hij dan kon heffen. Haar kind werd in Bethlehem in een stal geboren, omdat er geen plaats was in de herberg. Daarna moesten ze vluchten om het kind in veiligheid te brengen. Niks geen idylle. Een kind dat later niet altijd te begrijpen was, omdat het zijn eigen opvattingen van het Joodse geloof ontwikkelde. Weliswaar was Hij heel vroom, maar Hij durfde het ook aan de vele Joodse geboden te reduceren tot twee en een aantal gevestigde joodse wetten met voeten te treden. Wie op de sabbath in nood verkeerde, werd door hem geholpen, ofschoon de wet het verbood. 

Op 30-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijke huis en begon aan zijn openbaar leven. Voor mensen die als zondaars bekend stonden, was Hij barmhartig en schreef hen niet af en Hij wees ze niet met de vinger na. Hij had voor hen juist een bijzondere aandacht en bracht hen vaak tot bekering. Verder trok Hij prekend rond en stelde tekenen van Gods liefde: hij liet lammen lopen, blinden zien en doven horen. Maar Hij kwam op gespannen voet te staan met de Joodse overheid, waardoor hij zijn einde aan het kruis voorzag en bewust tegemoet ging. Lafhartig verraden door Judas kon hij worden aangeklaagd en na een corrupt proces werd hij tot de kruisdood veroordeeld. Onder dat kruis stond zij, Maria, Zijn moeder, samen met de apostel Johannes. 

Die terechtstelling heeft Maria van nabij beleefd. Haar moederschap liep dus niet over rozen, danwel over rozen met dorens. Na de kruisdood mocht ze de dode Jezus in haar armen terugontvangen. We kennen de afbeelding van haar als de piëta, Maria, de Moeder van smarten. Op vele plaatsen wordt ze zo vereerd. 

Maar waar waren de apostelen en de andere vrienden? Weggevlucht. Terug naar Galilea. Het is Maria die in deze situatie de Kerk vertegenwoordigt. Maar zo dan maakt ze waar, wat haar door de stervende Jezus als opdracht is mee gegeven. “Vrouw, zie daar uw zoon. Zoon, zie daar uw moeder.” Men zou geneigd zijn te denken, dat Jezus nog iets wilde regelen voor zijn moeder, dat er iemand zou zijn die zich om Maria zou bekommeren. In de vrome traditie is de duiding van Jezus’ woorden echter omgekeerd. Johannes, en in hem alle andere apostelen, werden aan Maria toevertrouwd. “Zoon, zie daar uw moeder.” Zoon, vertrouw je aan haar toe.” “Vrouw, zie daar Johannes als een uw kinderen der kerk.” 

In de eerste lezing is voorgelezen, hoe Maria na de Hemelvaart van de Heer het voortouw nam in de Kerk. Zij riep de gemeenschap van de apostelen rond haar persoon tezamen. Met een natuurlijk gezag nam zij de leiding in die prille fase van de Kerk. Met de apostelen bad zij de Pinksternoveen en gedurende 9 dagen smeekte ze, dat Gods Geest de apostelen zou bezielen en bemoedigen voor de taak om het heilswerk van haar Zoon voort te zetten.

Maria wordt zo vaak omschreven als dienstmaagd, maar we doen haar tekort, als we haar daartoe beperken. Eerder moeten we ons haar voorstellen als de sterke vrouw die weet wat ze wil en wat ze doen moet. In het boek der Spreuken wordt de sterke vrouw bezongen. Een sterke vrouw, die alle apostelen de baas is. 

Als we vandaag Maria aanroepen als de Moeder der Kerk, dan is zij natuurlijk voor ons de beschermvrouwe zoals we zelf ons eens tegen onze moeder hebben aangedrukt. ‘Loat miech oonder eure maantel kroepe’, staat er op de mantel van de Sterre der Zee te Maastricht te lezen. Dat mogen we ook nu weer doen. Maar ze is ook degene die ons wakker schudt, nu, kerk van Nederland, zoals ze eens de apostelen wakker schudde om dat te doen wat wij moeten doen op basis van ons doopsel en vormsel. Ze wil ons wakker schudden om ons geloof door te geven en niet aan moedeloosheid toe te geven. Ze vraagt os om ons huiswerk te doen, zoals u zo vaak aan uw kinderen deze vraag hebt voorgelegd. 

Zo is Maria nooit gestopt met haar moederlijke zorg voor de Kerk. Haar moederlijke zorg neemt de vorm aan naar de omstandigheden van nu. Maria roept ons wakker als de sterke vrouw, de sterke moeder. Aan de slag.

Mgr. Dr. Hub Schnackers
diocesaan administrator

     
     
     
     
     
Susteren-Echt