Zalige Anna Maria Tauscher

Op 30 oktober gedenkt de Kerk de zalige Anna Maria Tauscher. Zij werd geboren in 1855 in Duitsland en overleed in 1938 in Sittard, in het moederhuis van de door haar gestichte congregatie Karemelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus. Moeder Maria-Teresa van de Heilige Jozef, zoals haar kloosternaam luidde, heeft veel heeft betekend voor de zorg van dakloze kinderen, armen en zieken. Zij werd op 13 mei 2006 in Roermond zalig verklaard. Dat was de eerste zaligverklaring in de geschiedenis die in Nederland plaatsvond. Zij ligt begraven in de kloosterkapel te Sittard.

Anna Maria Tauscher werd op 19 juni 1855 geboren in Sandow, 26 kilometer ten oosten van Frankurt an der Oder. Sandow behoorde indertijd tot Duitsland en ligt nu in Polen. Anna Maria was de oudste dochter van de lutherse dominee Hermann Traugott Tauscher en Pauline van den Bosch, die uit Haarlem afkomstig was. Na Anna Maria volgden nog zeven kinderen, van wie er drie als kind overleden. Dominee Tauscher werd in 1862 benoemd in Arnswalde; drie jaar later werd hij overgeplaatst naar de Lucasgemeente in Berlijn. In 1874 overleed moeder Pauline. Als oudste dochter was het aan de amper 20 jaar oude Anna Maria om het huishouden te leiden. Toen vader Tauscher in 1879 opnieuw in het huwelijk trad, was zijn oudste dochter van de verplichtingen in huis bevrijd en kon ze zich meer op gebed en bijbellezing toeleggen. De familie woonde al ruim 19 jaar in Berlijn, toen vader Tauscher de lutherse gemeente in dorp Gusow aangeboden kreeg. Daar legde Anna Maria zich toe op het bezoeken van armen en zieken. Ook verzamelde ze een groep jonge meisjes om zich heen.

Anna Maria was 30 jaar toen ze God als bewijs van haar liefde voor Hem een groot offer wilde brengen. Ze solliciteerde naar de baan van hoofd van een krankzinnigengesticht. Met toestemming van haar vader verliet zij op 6 maart 1886 het ouderlijk huis en reisde ze naar het Rijnland. In Keulen leerde ze veel van het katholieke geloof. Uiteindelijk vond ze in de leer van de Katholieke Kerk juist datgene wat zij tot dan toe als haar 'eigen religie' beschouwde. Haar overgang naar het katholicisme op 30 oktober 1888 in de kerk van de Heilige Apostelen in Keulen leidde tot haar ontslag door de protestantse directeur van het instituut waar ze werkte en maakte het ook onmogelijk om terug te keren naar haar vader. Omdat de directeur tevens een negatief getuigschrift had geschreven, kon zij geen nieuwe baan vinden. In deze noodsituatie - werkeloos en dakloos - vond ze tijdelijk onderdak in een Augustinessenklooster in Keulen, waar ze voor het laagste huishoudelijke werk werd ingezet.

Op 7 november 1889 kwam Anna Maria naar Berlijn, waar ze als gezelschapsdame en reisgenote van mevrouw Von Savigny functioneerde. Tijdens een reis naar het Beierse klooster Zangberg, waar een dochter van mevrouw Von Savigny kloosterlinge was, leerde Anna Maria Tauscher de heilige Teresia van Avila kennen. Bij het lezen van haar levensverhaal werd haar duidelijk dat zij in de Karmelorde thuishoorde, al wist zij nog niet hoe dat te verwezenlijken zou zijn.

In Berlijn had ze de anonieme ellende van vele kinderen gezien die op de straten opgroeiden en via de lokale kranten weggegeven werden. Van binnen voelde Marie Tauscher de roepstem van God om deze dakloze kinderen een thuis te schenken. Zo ontstond in 1891 in de Berlijnse Pappelallee het eerste St.-Jozefhuis. Om ook de van de kerk vervreemde mensen weer bij God een thuis te laten vinden, begon ze in 1897 met de huismissie. Daardoor konden velen weer de weg terug naar de kerk en naar de sacramenten vinden. Toen kon nog niemand vermoeden dat hier een nieuwe twijg aan de Karmelboom zou ontstaan, want Moeder Maria-Teresa van de Heilige Jozef, zoals zij zich nu noemde, leidde met haar eerste gezellinnen in het verborgene een leven naar de Regel van de Karmel, verbonden met de boetedoening ter ere van het Heilig Hart van Jezus.

Karmel DCJ
Wat volgde waren vele jaren van strijd om de kerkelijke erkenning en de aansluiting bij de Karmelorde. Driemaal reisde de stichteres naar Rome, totdat zij in 1904 haar doel bereikte. In dat jaar kreeg de congregatie ook een naam, die nog altijd gevoerd wordt: 'Karmelitessen van het Goddelijk Hart van Jezus' of afgekort 'Karmel D.C.J.'. In deze jaren breidde de jonge gemeenschap zich snel in Europa uit: in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland, Engeland, Italië en Hongarije ontstonden St.-Jozefhuizen, die dakloze kinderen een thuis boden. Van 1912 tot 1920 verbleef de stichteres in Amerika, om ook daar een nieuwe Karmeltwijg te planten. In de Nieuwe Wereld ontstond in 1917 het eerste bejaardenhuis van de congregatie, eveneens als antwoord op de nood in die tijd.

In 1904 werd in Rocca di Papa in het bisdom Frascati het eerste Moederhuis en noviciaat gesticht. Maar terwijl Anna Maria in Amerika verbleef woedde in Europa de Eerste Wereldoorlog. Het huis van de zusters werd als 'Duits eigendom' onteigend. Na de terugkeer van moeder Maria Teresa uit Amerika, zocht ze een nieuw Moederhuis. De keuze viel daarbij op Sittard, waar tot op vandaag het hart van de congregatie met een internationale gemeenschap is gevestigd.

De congregatie kreeg op 9 mei 1910 van paus Pius X het 'decretum laudis' en in 1930 van paus Pius XI de uiteindelijke goedkeuring van de constituties. De stichteres en eerste generaal-overste bracht de laatste jaren van haar leven door in het Moederhuis in Sittard, waar zij op 20 september 1938 overleed. Haar rustplaats vond zij op het kloosterkerkhof, totdat haar stoffelijke resten in 1987 opgegraven werden en in een zijkapel van de kloosterkapel in het Moederhuis werden herbegraven.



Zaligverklaring
Op 2 februari 1953 werd haar zaligverklaringproces in het bisdom Roermond ingeleid. In een vierjarig proces werden al haar geschriften verzameld. Ze had meer dan 3.000 brieven geschreven en vele andere schriftelijke zaken nagelaten. In oktober 1957 werden de documenten naar Rome gebracht. In 1972 werden haar geschriften goedgekeurd. Vervolgens werd haar leven op grond van getuigenverklaringen en schriftelijke documenten onderzocht op de heroïsche deugden. De zogeheten 'Positio', een groot dik boek waarin het hele proces beschreven wordt, werd in 1981 gedrukt. Daarbij werd het bezwaar gemaakt dat het leven van de Dienares Gods niet zonder leemten was weergegeven en daarom een aanvulling verlangde. Dit duurde wederom tien jaar, omdat documenten verzameld moesten worden die in archieven over de hele wereld bewaard werden. In 1992 werd de aanvullende positio gedrukt. Vervolgens bleef het proces rusten, totdat een wonder zou geschieden, dat door artsen zou worden bevestigd.

Er waren inmiddels al vele gebedsverhoringen en ook wonderbare genezingen, maar het ontbrak daarbij nog aan degelijke doktersverklaringen. Uiteindelijk gebeurde op 16 december 1996 het wonder, dat het zaligverklaringproces verder bracht. M.J. Pieters-Maas uit Heerlen leed al meer dan 25 jaar aan een pijnlijke voetschimmelinfectie waardoor ze maar moeilijk kon lopen. Ze had al talloze artsen bezocht, maar niemand kon haar helpen. Een pater had het echtpaar Pieters aangeraden een noveen te bidden ter ere van Moeder Maria Teresa. Na twee novenen was er nog altijd geen genezing bespeurbaar en dus begonnen ze aan een derde noveen. Tijdens die derde noveen hield de pijn daadwerkelijk plotseling op en kon de vrouw weer zonder problemen lopen. Dit voorval werd als 'wonderbare genezing' onderzocht, eerst in het bisdom Roermond en vervolgens in Rome en als zodanig erkend.

Het zaligverklaringproces werd weer opgepakt en op 20 december 2002 werd het decreet over de heroïsche deugden feestelijk in Rome uitgesproken door paus Johannes Paulus II. De ziekte en de dood van deze paus leidden echter tot vertraging. En vervolgens werd ook de procedure gewijzigd. Geen zaligverklaringen meer door de paus zelf, maar door een gedelegeerde vertegenwoordiger van hem en bovendien in de desbetreffende bisdommen. Na de bekrachtiging van het wonderdecreet werd de datum voor de zaligverklaring vastgesteld op 13 mei 2006.

Op 13 mei 2006 schreef kardinaal Adrianus Simonis namens paus Benedictus XVI Moeder Maria Teresa bij in het register der zaligen. Dat deed hij in de Sint-Christoffelkathedraal van Roermond. Het was de eerste keer dat een zaligverklaring in Nederland plaatshad.

Gedachtenis in moederhuis
In bezinningshuis Regina Carmeli (het moederhuis) in Sittard wordt de zalige op haar gedachtenisdag (30 oktober) herdacht. De dag begint om 10 uur met een H. Mis in de kloosterkapel en bij haar graf. Aansluitend wordt een nieuw beeld van haar in de tuin ingezegend en is er en pelgrimswandeling naar de Grote Kerk van Sittard alvaar een gebedsmoment. Na de lunch (gedeeld wordt wat iedereen meegebracht heeft) is er een inleiding door rector Ruud Goertz. De dag wordt om 16.00 uur afgesloten met uitstelling van het Allerheiligste, aanbidding en vespers. Meer info: www.reginacarmeli.nl 



 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt