Preek Chrismamis 2013

Woensdag 27 maart 2013, Sint-Christoffelkathedraal Roermond

1e lezing: Jes. 61, 1-3a. 6a. 8b-9;
2e lezing: Apok. 1,5-8
Evangelie: Lc. 4,16-21 

Onze Kerk heeft bewogen weken achter de rug. Op 11 februari verraste paus Benedictus XVI iedereen met de mededeling dat zijn schouders te zwak geworden waren om de last van het leiderschap van onze Kerk nog langer te dragen. We gunnen hem de waardigheid van de rust, in de tijd die hem door God nog in ons midden gegeven is. In een Benedictijnse stijl van bidden en studie zal hij zijn dagen doorbrengen. Wij danken hem voor alles wat hij voor de Kerk gedaan heeft.

Inmiddels is er een nieuwe opvolger op de stoel van Petrus gekozen, paus Franciscus. Als Kerk van Roermond willen wij onze verbondenheid met de nieuwe paus tot uitdrukking brengen door in eenheid met hem vanavond Eucharistie te vieren. In het grote dankgebed zullen we zijn naam met eerbied en verbondenheid uitspreken.

Een wat beduusd kijkende, in het wit geklede man stond plotseling voor het voetlicht van de wereld. Op een deemoedige, maar vooral indrukwekkende wijze boog hij voorover om het zegenende gebed van de mensen op het plein te vragen voor zijn taak. Samen met hen bad hij het Onze Vader en het Weesgegroet, om daarna de zegen Urbi et Orbi aan de hele mensheid te schenken.

Wij maakten kennis met een bisschop die van het einde van de aarde kwam, gekozen om zitting te nemen op de stoel van Petrus. Als aanduiding van het program voor zijn Pontificaat nam hij de naam Franciscus aan.

De verwachtingen zijn hoog gespannen. In de tv-panels is zijn persoon en zijn voorgeschiedenis uitgebreid belicht. Kan hij aan alle hooggespannen verwachtingen voldoen? Is hij modern of conservatief?

Maar een opvolger op de Stoel van Petrus kan zich niet laten meeslepen door de waan van de dag. Hij moet zich natuurlijk verdiepen in de vragen en de noden van de mensen. Als een man met het hart van Franciscus zal de nieuwe paus dat zeker doen. Maar zijn allereerste taak is het om te beantwoorden aan de verwachtingen die Jezus van hem heeft.

Hij moet als Jezus naar de menigte zien en als Jezus voor deze mensen liefde en medelijden voelen, want Jezus zag mensen in het hart, hoe ze zich aftobden en hoe ze neerlagen als schapen zonder herder. Jezus zag hen en “Hij begon hen uitvoerig te onderrichten”, zo lezen wij. Hij schonk hen het onderricht van zijn Blijde Boodschap.

Ook paus Franciscus kan en wil niets anders dan zijn prediking vorm geven in eenheid met de Heer. Met zijn evangelieprediking en in eenheid met de traditie van het christelijk denken, dat uit het evangelie voortvloeit. De eeuwen door heeft dit evangelie in de wereld geklonken, maar het heeft ook steeds op gespannen voet met de wereld gestaan.

De eerste woorden van Jezus aan het begin van Zijn openbaar leven luidden: “Geloof en kom tot inkeer. Dan zal het koninkrijk Gods werkelijkheid worden.” Het betekent voor ons: laat je leiden door geloof in God en door de liefde tot de naasten. Dan zal de wereld herschapen worden.

In Zijn Bergrede bindt Jezus ons Zijn Boodschap van liefde op het hart. Zo wordt ons de weg door het leven gewezen. Hijzelf is de Weg, de Waarheid en het Leven.

Jezus omschrijft Zijn evangelie als het zout der aarde. Zout geeft smaak aan het eten en bewaart het ook voor bederf. De betekenis van de persoon van Jezus en Zijn evangelie voor ons leven is niet anders. Het evangelie verandert onze mentaliteit en haalt de beste eigenschappen in ons boven. Het bevrijdt ons van het kwaad en versterkt in ons de levenshoudingen van geloof, hoop en liefde.

Het evangelie leert ons de liefde in veel varianten vorm te geven. Het evangelie wil zo deze aarde vernieuwen tot Gods Koninkrijk, waar Zijn Geest mag leven in de harten van de mensen.

Het helpt ons het kwaad van het egoïsme te overwinnen. De hebzucht tegen te gaan. Het streven naar macht te ontraden. En het vraagt ons om God de plaats te geven die Hem toekomt. Maar we weten dat een Jezus, die met zijn Bergrede de wereld op de kop zet, moeilijk wordt verdragen. Aan die Jezus gaan mensen zich storen.

Maar juist daarom is het voor ons allemaal noodzakelijk dat wij met Jezus verbonden zijn, met Zijn persoon, want in Hem is God in ons midden mens geworden. De nieuwe opvolger op de stoel van Petrus, paus Franciscus, is uit het verre Argentinië gekomen. Het maakt ons ervan bewust dat wij tot de universele Kerk behoren, de wereldkerk.

Alle katholieke christenen en zelfs ook veel niet-katholieken ervaren de bisschop van Rome als hun geestelijk leider. Hij gaat ons voor in het samen bidden, in het bijzonder van het Onze Vader, in de verkondiging en in het belijden van ons apostolisch geloof. Wij allen zijn wereldwijd het Volk Gods, dat ook Lichaam van Christus is en Tempel van de heilige Geest.

Broeders en zusters in Christus, wij beleven de laatste dagen van de vastentijd. Traditiegetrouw wordt op de éérste zondag van de vasten het evangelie van de bekoringen voorgelezen. Het troost en bemoedigt ons als we lezen dat ook aan Jezus niets menselijks vreemd is geweest. Als vermoeide en door de honger verzwakte mens liet hij zich bekoren. Hij had snel succes kunnen hebben door stenen in brood te veranderen. Maar Jezus koos voor het geloof en niet alleen voor populariteit.

Hij had wereldse macht in een groot rijk kunnen krijgen. De verleider bood ze Hem aan, maar Jezus kwam om het Koninkrijk Gods te vestigen dat gebouwd is op het evangelie en op Zijn oproep tot geloof en inkeer.

Jezus had zich hoogmoedig als Zoon van God kunnen profileren door zich zelfs de tempel toe te eigenen. Maar Hij bleef nederig en wilde zichzelf niet aanbidden. Hij aanbidt alleen Zijn hemelse Vader, die Hij ons als Abba – Vader heeft doen kennen.

Maar Jezus weet ook, dat het alternatief voor deze bekoorlijke wegen de afwijzing en tenslotte de kruisweg is. Door zijn trouw aan de hemelse Vader mogen we als christenen rekenen op Jezus’ volgehouden liefde-tot-het-uiterste-toe. Wij mogen ervan getuigen en Hem uitdragen in deze wereld als een geestelijk houvast en als opdracht tot geloof, liefde en trouw.

Vanavond laten wij ons ook bij de hand nemen door de lezingen voor deze chrismawijding. In de komende dagen volgen wij de Heer in Zijn lijden en dood. Maar op de derde dag, de dag van Pasen, komt de Heer binnen bij bange, angstige mensen en Hij zegt hun: “Ontvangt de heilige Geest!”

Deze kleine gemeenschap van ontrouwe, soms onbetrouwbare en angstige mensen wordt weer in vertrouwen genomen. Deze woorden van de Verrezene maken ons bewust hoe ook wij nu als christengelovigen, ondanks de fouten die we maken, toch gedragen worden door Gods liefde en barmhartigheid.

Gods bezieling en begeestering blijft met ons. De profeet Jesaia zei al: “De geest van de Heer rust op mij:” En hij voegde er aan toe: “Gij allen (op wie de Geest wil neerdalen), zult heten: priesters des Heren…Dienaars van onze God.” Wij mogen ons ervan bewust zijn dat wij allemaal dienaren en dienaressen van God zijn. Of wij nu bisschop, priester, diaken of christengelovige leek zijn.

De eerste taak is voor ieder van ons dezelfde: ‘Dienaar van de Heer’ zijn. Wij zijn bij ons doopsel en vormsel gezalfd tot geloof en dienstbaarheid. Wij hebben daarmee deel aan het algemene Priesterschap van het Godsvolk.

Van harte dank ik vanavond u allen die als christengelovige leken veel werk op u neemt in onze parochies en samenwerkingsverbanden. Ik dank u, omdat u de kerk meedraagt door deze moeilijke tijd. U doet dat vanuit uw geloof om Jezus’ liefde voort te zetten.

Vanavond worden ook alle gewijde bedienaren – diakens, priesters en bisschoppen – opgeroepen om met Jezus mee te werken en om zijn heiligende en dienende taak voort te zetten. Dat is onze roeping. Die bindt ons aan Jezus.

Deze binding aan Hem is wezenlijk, willen we onze taak vervullen. Zonder toeleg op het versterken van onze band met de Heer, verkommert onze roeping. "Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u." Jezus gaat ook met ons verder en vertrouwt ons toe om te mogen werken in Zijn Kerk.

De liturgie van de vastentijd helpt ons om deze noodzakelijke band met de Heer te begrijpen. Op de tweede vastenzondag zijn wij elk jaar getuige van de verheerlijking van Jezus op de berg Thabor. Jezus laat, al is het maar even en alleen aan een paar vrienden, Zijn heerlijkheid zien. Hij laat zijn herkomst zien en Hij geeft een voorproefje van Pasen. Het is opdat de leerlingen niet gaan twijfelen aan de weg van lijden en sterven die Jezus gaat.

Jezus weet dat Zijn leerlingen – en dus ook wij – zich zo gemakkelijk laten afleiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Hij toont zich in Zijn heerlijkheid ook, opdat ze doordrongen mogen raken van Gods majesteit, die in Jezus oplicht. Gods Glorie overweldigt hen en Petrus roept uit: “Laten we drie tenten bouwen." Dat wil zeggen: Laat dit eeuwig zo blijven. Dit mag niet beëindigd worden.

Dierbare broeders in het diaconaat en het priesterschap en ook u christengelovigen hier aanwezig, dit beeld van de Thabor moeten we vasthouden. Wij kunnen dat door persoonlijk gebed, door het vieren van de heilige sacramenten in het bijzonder van de heilige Eucharistie. Door de aanbidding van het heilig Sacrament, maar ook door de radicaliteit van de christelijke naastenliefde. Want Jezus verschijnt ons ook in de zieke, de hulpbehoevende.

Niet voor niets heeft paus Franciscus als aartsbisschop van Buenos Aires de voeten gewassen van twaalf zieke aidspatiënten. In hen zag hij Jezus. Met dezelfde liefde waarmee hij knielde voor de heilige Hostie was hij deze aidspatiënten nabij.

Moge gebed, deelname aan de viering van de Sacramenten en de naastenliefde ons leiden door de komende tijd. Amen.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond 

     
     
     
     
     
Susteren-Echt