Preek oecumenische dankdienst 2013

Preek van bisschop Frans Wiertz bij het oecumenisch avondgebed op dinsdag 31 december aan het einde van het jaar 2013 in de Minderbroederskerk te Roermond.

Eerste lezing: 1. Kon. 3, 1 – 15
Tweede lezing: Jac. 4, 12 – 17 + 5, 1 – 15
Evangelie: Joh. 5, 1 – 15 

Eind januari ga ik naar Kameroen. Het wordt een pastoraal werkbezoek. Het programma is geregeld en de datum van vertrek en aankomst staat in mijn nieuwe agenda. In september ga ik altijd op vakantie. Ik weet nu nog niet precies waar naartoe, maar de secretaris heeft de data al aangekruist. Dan ben ik er een paar weken niet. In mijn agenda voor 2014 staat ook precies wanneer de belangrijkste vergaderingen zijn. En er zijn ook al een paar grote liturgievieringen afgesproken. Het ligt allemaal al vast voor het nieuwe jaar. 

U herkent dit beeld vast. U gaat misschien niet naar Kameroen, maar u hebt zeker andere afspraken in het nieuwe jaar die nu al vastliggen. Want zo zijn wij mensen. Zeker hier in Nederland. We willen alles goed geregeld hebben. Afspraken worden op tijd gemaakt, de planning ligt lang van tevoren vast. 

Eigenlijk is dat dwaas. Natuurlijk is het verstandig om je zaken op tijd te regelen. Maar wat wij in onze regelzucht nog wel eens vergeten, is dat dingen op het moment zelf heel anders kunnen lopen. Wij kunnen ons wel voornemen om in het nieuwe jaar ergens naartoe te gaan en daar allerlei dingen te gaan doen. “Maar,” zoals we net in de Jacobusbrief gehoord hebben: “we weten niet eens wat de dag van morgen zal brengen.” Hoe zouden wij dan in staat zijn om voor een heel jaar vast te leggen wat we allemaal gaan doen? Er hoeft maar iets onverwachts te gebeuren en onze planning ligt in duigen. 

Hetzelfde geldt een beetje voor de goede voornemens die veel mensen vandaag maken. In het nieuwe jaar willen ze van alles anders gaan doen: stoppen met roken, gezonder eten, afvallen, minder hard werken, meer tijd aan hun gezin besteden. Prima voornemens allemaal. Niets mis mee. Maar ze zijn wel heel erg op onszelf gericht. Het zijn ónze voornemens. Het zijn acties die wijzélf van plan zijn te ondernemen om van het nieuwe jaar een beter en mooier jaar te maken. Terwijl – ik citeer Jakobus nog maar een keer – we niet eens weten wat de dag van morgen ons brengen zal. 

Voor ons als gelovige christenen ontbreekt er aan dit soort goede voornemens één belangrijk element. In de schriftlezingen die voor dit oecumenisch avondgebed zijn uitgekozen, wordt ons deze ontbrekende invalshoek maar liefst drie keer aangereikt. Dat is: God! Wij kunnen voornemens maken zoveel als we willen. Wij kunnen reizen boeken en agenda’s opstellen die tot op de minuut zijn uitgewerkt. Zonder Gods hulp zal er bitter weinig van terechtkomen. 

Koning Salomo had dat goed begrepen. Hij was zich bewust van zijn eigen kleinheid. Daarom vroeg hij ook geen macht of rijkdom, maar wijsheid. Want hij wist dat hij Gods hulp nodig had om een goede koning te kunnen zijn. Ook de brief van Jacobus sluit af met een oproep om contact met God te zoeken in het gebed en daaruit kracht te putten voor het dagelijks leven. 

Het meest nadrukkelijk komt de boodschap van vandaag tot uitdrukking in de evangelielezing. De lamme wacht al 38 jaar tot hij een bad kan nemen in Betzata. Maar zijn leven verandert op slag als hij Jezus leert kennen en deze tegen hem zegt: “Neem uw bed en loop.” Hij heeft de helende kracht van het water of de hulp van iemand die hem naar het bad brengt niet meer nodig. Want het contact met Christus geneest hem en biedt uitzicht op een ander leven. 

Dat is wat wij ons op deze oudejaarsavond mogen realiseren: als wij ons leven een andere wending willen geven, als wij onze goede voornemens tot uitvoering willen brengen, moeten wij niet teveel vertrouwen op aardse zaken, maar ervoor zorgen dat wij voortdurend in contact staan met God. Dat we Zijn uitgestoken hand niet afwijzen, maar aannemen. 

Wij zijn verantwoordelijk voor onze dagelijkse afspraken, maar het is God die de agenda van ons leven bepaalt. Hij heeft een bedoeling met ons en wij worden uitgenodigd – of misschien moet ik zeggen: uitgedaagd – om die bedoeling te ontdekken en ons leven daarnaar in te richten. Om onze eigen plannen aan te passen aan de weg die Christus ons wijst. 

Het is niet erg om daarbij fouten te maken. Dat doen we allemaal wel eens een keer. Op een dag als vandaag mogen we de balans opmaken van het afgelopen jaar. We zijn dankbaar voor wat goed ging en we stellen vast dat we sommige dingen beter hadden kunnen doen. 

Het enige goede voornemen dat daaruit voort kan vloeien, is dat we ons in het nieuwe jaar nog meer openstellen voor God en Zijn plan met ons. Als we dat elke dag proberen, hoeven we ons ook niet zo druk te maken over onze agenda, want we mogen erop vertrouwen dat alles goed komt. We weten toch niet wat de dag van morgen brengt. Laten we daarom proberen om elke dag goed te doen, wat op dat moment van ons gevraagd wordt, in de wetenschap dat God ons leidt op onze weg door het leven. Amen.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt