Preek diakenwijding 2016

Op zaterdag 29 oktober 2016 werden in de Sint-Christoffelkathedraal in Roermond vijf mannen tot diaken gewijd: twee transeuntdiakens en drie permanent diakens. Bij gelegenheid van de wijding hield bisschop Wiertz bijgaande preek.

1e Lezing: Fil. 1,18b – 26
Evangelie: Lc. 14,1,7 – 14

Werken in de Kerk. Dat is waartoe alle christenen door hun doopsel en vormsel of door de wijding geroepen zijn. We worden uitgenodigd om te leven van Gods Woord en zijn Sacramenten. Waar Gods genade de kans krijgt, veroorzaakt ze een heilige onrust om een band met Christus aan te gaan. Vanaf het eerste Pinksteren doet de Kerk niet anders dan het heilswerk van Christus voortzetten. De apostelen wisten zich geboeid door Jezus en gezonden door de heilige Geest. Wij sluiten ons bij hen aan. Dat is de eeuwen door gebeurd in tijden van voorspoed en van tegenspoed. De apostelen mochten op de ene plaats nieuwe christenen begroeten en dopen, terwijl ze op een andere plaats vervolgd werden.

Vervolging en gevangenschap is ook de apostel Paulus ten deel gevallen. Vanuit de gevangenis schrijft hij zijn brief aan de christenen van Filippi, waaruit de eerste lezing van vandaag genomen is. Maar er is geen moedeloze apostel aan het woord. Wij luisteren naar een gelovige en inspirerende mens, die hoopvol is en blijft. Ondanks alles wat hem overkomt. We lezen: “In elk geval wordt Christus verkondigd … en daarover verheug ik mij.”  En hij zegt: “Ik zal mij ook blijven verheugen, want ik weet dat dit zal uitlopen op mijn redding, dankzij uw gebed en de bijstand van de Geest van Jezus Christus.” Paulus blijft vertrouwen. Het is geen ongegrond vertrouwen. Want zijn hoop is gegrondvest op de persoon van Jezus Christus, die bij zijn afscheid heeft gezegd: “Ik blijf met u.”

Wanneer zo meteen vijf diakenkandidaten knielen om door handoplegging en gebed gewijd te worden, dan wil ik hen graag de hoop en het vertrouwen van de apostel Paulus voorhouden. Natuurlijk is het verzoek om diaken te worden al een teken van dat vertrouwen. Maar ze zouden overvallen kunnen worden door moedeloosheid. Want de Kerk in West-Europa ondergaat een periode van loutering. We kunnen ons niet meer beroepen op grote successen, waarvan een wervende kracht uitgaat. Er is zelfs sprake van krimp. Maar zoals Paulus vanuit de gevangenis getuigt van de hoop op God – die zijn Kerk nooit verlaat – zo hebben wij ook nu behoefte aan mensen die blijven hopen. Want de Kerk is gebouwd op het fundament dat Jezus Christus zelf is en ze wordt door de heilige Geest geleid.

De Kerk wordt vandaag de dag gelouterd. Dat is niet prettig. Maar het brengt ons wel bij de kern van het leven en bij de kern van ons geloof. Te vaak worden wij in beslag genomen door uiterlijkheden of bijzaken. We kijken naar getallen en naar prestaties. Misschien was de kerk in het verleden soms zelfgenoegzaam. We beriepen ons op omvang en expansie. Alles leek op orde en de kerk leek voor eeuwen gevestigd. We hoefden de handen niet meer ten hemel te heffen, zoals Mozes moest doen in de strijd tegen een vijandige stam in de woestijn. Maar in vele opzichten was de kerk een beeld op lemen voeten. De overmoed bleek voorbarig.

Wie nu naar de kerk kijkt, voelt de bekoring om haar bedrijfsmatig te beoordelen. We laten wéér de getallen aan het woord en komen met ontmoedigende prognoses voor de toekomst. aar de kerk is geen bedrijf, want we hebben met Jezus en zijn heilige Geest te maken. En waar de heilige Geest kansen krijgt, ontstaan frisse initiatieven. Daar ontdekken mensen het nieuwe van het Koninkrijk Gods dat Christus ons gebracht heeft. Daarvoor heeft Hij zijn leven gegeven.

Beste diakenkandidaten,
u gaat werken in deze kerk die door een loutering heen gaat. Paulus zegt daarvan: “Het is mijn stellige verwachting en mijn hoop dat ook nu Christus verheerlijkt wordt in mijn lichaam, of ik nu levend ben of dood.” In de moeilijkste omstandigheden wijst Paulus ons het fundament, waarop zijn leven gebouwd is: op de persoon van Jezus. Op zijn boodschap, zijn leven, dat na zijn lijden uitmondt in verrijzenis en zending van de heilige Geest. De Kerk heeft het van tijd tot tijd misschien wel nodig om via loutering door Gods Geest teruggeleid te worden naar haar oorsprong, naar Jezus zelf. Juist nu we ons soms afvragen: "Hoe nu verder?" biedt dat ons de mogelijkheid om ons ontvankelijk te kunnen tonen voor die Helper, die Jezus ons tijdens zijn afscheid heeft beloofd. Juist nú kan Gods Geest het wonder van Pinksteren herhalen.

Jezus heeft ook dienaar willen zijn. Diaken dus. In de Handelingen van de Apostelen lezen we hoe de twaalf aan zeven mannen de handen oplegden en hen de zorg voor concrete mensen opdroegen. Het was dus hun taak om het diaconaat van Jezus zelf voort te zetten. Als diaken krijgt u de zending om Jezus Christus present te stellen in deze wereld, door de concrete zorg voor mensen. Als diaken staat u in dienst van Gods Volk. Daarbij horen taken als dopen, verkondigen, huwelijken inzegenen, communie uitreiken, de teerspijze naar stervenden brengen, gebedsdiensten leiden, sacramentaliën toedienen en uitvaarten leiden.

Het evangelie van vandaag biedt ons een interessante aanvulling hierop. Jezus ziet hoe de joodse leiders de voornaamste plaatsen uitzochten. Jezus weet hoe mensen zijn. Ook priesters, diakens en bisschoppen blijven mensen. Daarom de boodschap: “Als u ergens genodigd wordt, ga dan niet op de beste plaats zitten, maar wees bescheiden en kies voor de minste plaats." Zo moeten ook wij van tijd tot tijd door Jezus op onze plaats gezet worden. We willen ook zo graag om ons ambt geëerd worden. Wat wil Jezus ons leren? Alleen een les in bescheidenheid? Natuurlijk wil Jezus meer. Jezus roept ons tot dienst in Zijn Kerk. Maar Hij wil geen wedstrijd wie de beste is. Hij wil een geest van dienstbaarheid. Geen ellebogenwerk, maar werken van barmhartigheid. Met Jezus meewerken, kunnen alleen zij die geen ruzie maken over de vraag wie de belangrijkste is, maar die zich vereenzelvigen met zieken, armen, hongerigen, met hen die niets te bieden hebben.

Jezus roept ons in zijn dienst, maar Hij vraagt dat wij ons niet verdringen voor de voornaamste plaatsen, maar dat wij eveneens uitnodigen en ons hart openen. Wie tevreden is met een eenvoudige plek aan tafel, is een mens die ook voor anderen een plaats heeft aan zijn tafel. Die wil hen het beste geven dat hij heeft.

Zo lijkt de diaken op Jezus. Zo nodigt Hij uit, hier aan de tafel van de eucharistie, waarin Hij Zijn Lichaam en Bloed aan ons schenkt. Dan kan Zijn Geest die leven schenkt in ons wonen. Zo kan Jezus ons omvormen tot mensen die op hem lijken, Hem zichtbaar maken in het gewone leven, in dienstbaarheid en gastvrijheid voor iedereen. Als diaken kunt u deze liefde van God voor mensen vorm geven. Moge Gods Geest u steeds bezielen en u zijn vreugde schenken.

Amen.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt