Preek bij opening jubileum 850 jaar Sint Gerlach

Preek van bisschop Frans Wiertz bij gelegenheid van de opening van het jubileum 850 jaar Sint Gerlachus in de H. Gerlachuskerk te Houthem-Sint Gerlach op zondag 4 januari 2015

Hoogfeest van de Openbaring des Heren (Driekoningen)

1e Lezing:    Jes. 60, 1 – 6                    
2e Lezing:    Ef. 3, 2 – 3a + 5 – 6
Evangelie:     Mt. 2, 1 – 12 

Wanneer iemand tot een bepaald inzicht komt, dan zeggen we wel eens: “Hij heeft het licht gezien.” “Hij heeft het begrepen.” De uitdrukking wordt ook gebruikt om aan te geven dat iemand tot geloof is gekomen. Hier in deze prachtige kerk hebben we daar een mooi voorbeeld van. Op een van de fresco’s achteraan in de kerk zien we hoe een felle lichtstraal op een ridder schijnt. Het is Gerlachus, die dan nog militair is en hier in de buurt een lichtzinnig leven leidt. Maar door de plotselinge dood van zijn vrouw komt Gerlachus tot inkeer.

Zijn bekering is hier door de kunstenaar met een lichtstraal verbeeld. Door een heftige gebeurtenis zag Gerlachus het licht. Hij kwam tot het inzicht dat hij zijn leven anders moest inrichten. Het is het moment waarop hij tot geloof kwam. Een van de eerste dingen die Gerlachus toen deed, was een pelgrimstocht maken naar Jeruzalem en naar Rome. Dat zien we hier (links) in de andere fresco’s afgebeeld. Gerlachus volgde het nieuwe licht dat in zijn hart scheen en dat bracht hem bij Jezus en bij de Kerk.

Er ligt een mooie parallel tussen het verhaal van Gerlachus en het feest van de ‘Openbaring van de Heer’, dat we vandaag vieren. De wijzen uit het oosten zagen ook een licht. Ook zij gingen op pad, om dat licht te volgen. Ook zij kwamen via Jeruzalem bij Jezus uit. Dat zien we in het schilderij hier rechts. In beide gevallen zijn hier de woorden van Jesaia uit de eerste lezing van toepassing: “Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen.”

“Sta op!” Het klinkt als een duidelijke oproep, als een uitnodiging om in beweging te komen. Om niet op onze stoel te blijven zitten, maar om iets te gaan doen, om het Licht te volgen. Met Kerstmis hebben we gevierd dat Christus als het Licht in de wereld kwam. De kersttijd loopt komende week ten einde. Dus worden we nu opgeroepen om in beweging te komen en het Licht te volgen, om Christus te volgen.

Die oproep is van alle tijden. Ze gold niet alleen toen – in het jaar nul – voor de wijzen uit het oosten. Ze gold ook 850 jaar geleden voor Gerlachus. En u begrijpt dat die uitnodiging ook vandaag nog voor ons geldt. Ook tegen ons werd vanmorgen gezegd: “Sta op, laat het licht u beschijnen.” Wij worden uitgenodigd om het Licht te zien en dóór te geven. We worden opgeroepen om geen passieve gelovigen te zijn, maar om ons geloof in praktijk te brengen. Het is een oproep tot bekering. Een uitnodiging om ons tot Christus te keren en in het vervolg langs een andere weg – op een andere manier – door het leven te gaan. Zoals Sint Gerlachus deed.

Er is nóg een relatie tussen het feest van vandaag en Sint Gerlachus. De drie wijzen zijn van oudsher herkend als vertegenwoordigers van de volkeren uit de toen bekende wereld. Christus is niet alleen gekomen voor Israël, maar voor álle mensen en alle volkeren. Ook dat werd door Jesaia al voorspeld: “Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad,” hoorden we in de eerste lezing. En in zijn brief aan de christenen van Efese bevestigt Paulus nog eens dat alle volken mede-erfgenaam zijn van Christus. Bij God is iedereen welkom. Waar je ook vandaan komt: uit Jeruzalem, uit het Verre Oosten of uit Limburgse Heuvelland.

Wie het Licht ziet, wie de oproep begrijpt, wie zich tot Christus keert, wie bereid is zijn leven in te richten zoals Hij van ons vraagt, mag zich mede-erfgenaam noemen van de belofte van het evangelie. Een belofte van liefde. Gerlachus begreep dat. Hij had het Licht gezien. Mag hij ons voorbeeld zijn.

Amen

     
     
     
     
     
Susteren-Echt