Preek permanentdiakenwijding 2014

Preek van bisschop Frans Wiertz tijdens de wijding tot permanent-diaken van Pieter van de Laarschot en Rick van den Heuvel op zaterdag 10 mei 2014 in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond.

Zaterdag na de 3e zondag van Pasen

Eerste lezing: Hand. 9, 31 – 42
Evangelie: Joh. 6, 60 – 69


"De kerk genoot in die dagen in heel Judea, Galilea en Samaria vrede. […] En ze nam gestadig in aantal toe door de vertroosting van de heilige Geest." Met deze enthousiaste woorden opent vandaag de lezing uit het boek Handelingen. Er klinkt iets door van de Pinkstervreugde en van de begeestering die de jonge Kerk vervulde, want er rust zegen op het werk van de apostelen.

Na de donkere uren van Goede Vrijdag ervaren de apostelen wat de vertroosting door de Heilige Geest betekent. Op Goede Vrijdag leek het over en uit met Jezus. Over de wereld lag een diepe duisternis, symbool van de droefgeestigheid en naargeestigheid die de kruisdood teweeg had gebracht. Symbool ook van de toestand, waarin de beginnende Kerk zich in de dagen van Pasen bevond. Jezus leek mislukt in zijn goede bedoelingen.

Misschien komt Goede Vrijdag ook nu bij menigeen in gedachte. Van de volkskerk met haar vanzelfsprekendheid is nauwelijks nog iets over. Sommigen willen ons zelfs doen geloven dat de kerk haar langste tijd gehad heeft. Dat haar dagen te tellen zouden zijn.

Maar ook nu is er weer hoop. De omstandigheden rond het grote Paasfeest in Jeruzalem leren ons te vertrouwen. Gods Geest en Gods genade worden juist zichtbaar op momenten waarop we menselijk gesproken niet meer weten hoe het verder moet. Het Johannesevangelie vertelt ons zelfs dat de Kerk ook toen – in die donkerste uren – nooit zonder heilige Geest is geweest. We lezen hoe Jezus ons op het moment van Zijn kruisdood al de Geest gaf. De kerkvaders hebben die woorden altijd uitgelegd als de eerste mededeling van de heilige Geest.

In de diepste ontreddering blijft Gods Geest toch bij ons en neemt ons bij de hand. God is trouw. Zichzelf verloochenen kan Hij niet. Ook bij de eerste verschijning na de opstanding is er voor de angstige apostelen onmiddellijk dat verlossende woord: “Vrede zij u.”  En troostend wordt eraan toegevoegd wat die vrede betekent: "Ontvang de heilige Geest." Dat wil zeggen: “Wees niet bang. Jullie zijn niet alleen. Ik ben er en Ik blijf bij jullie.” 

Maar de leerlingen hebben tijd nodig om tot zich te laten doordringen dat God zijn levende Nabijheid toezegt. Ze zijn nog te zeer verdoofd om de betekenis van deze groet van Jezus tot zich toe te laten en er kracht en vreugde uit te putten. Nog willen ze uit Jeruzalem wegvluchten naar Emmaüs. Weg van de plaats met die herinneringen aan de kruisdood.

Pas met Pinksteren begrijpen ze de uitleg aan de Emmaüsgangers echt en slaat hun twijfel om in vertrouwen. Op die bijzondere 50e dag na Pasen wordt de angst van hen weggenomen en gaan ze hun opdracht begrijpen. Dan neemt Petrus zonder dralen het woord en houdt zijn beroemde Pinksterpreek. Sindsdien is er het geloof dat Gods Geest altijd bij ons is. Als Helper en Trooster is en blijft Hij altijd met Jezus' Kerk de eeuwen door. De Kerk wordt niet voor niets vaak omschreven als 'de tijd van de heilige Geest'.

Met deze uitgebreide weergave van mijn vertrouwen in het werken van Gods heilige Geest wil ik jullie, beste wijdelingen, bemoedigen. Laat je ook in onze dagen de hoop en het vertrouwen nooit ontnemen.

Wij bevinden ons liturgisch tussen Pasen en Pinksteren. In ons gemoed hebben we soms de neiging om terug te vallen in die tijd van twijfel, waarin de apostelen aanvankelijk verkeerden. Ze wisten wel van Gods heilige Geest, maar ze durfden niet te vertrouwen.

Die twijfel kan ook ons overvallen, want kerkelijk verkeren we getalsmatig in een periode van krimp, van minder mensen, minder roepingen en minder middelen. Het kan ons neerslachtig maken. Maar ook voor onze tijd is Gods Geest ons toegezegd. De Heer zal ook nú zijn zegen aan de Kerk schenken en wegen wijzen om met haar verder door onze tijd te trekken. Daarop moeten we vertrouwen. Dat voorkomt dat we verzuren en alleen geloven in prognoses, die vervolgens niet uitkomen. Want de prognoses over de Kerk houden nooit rekening met de leiding van Gods heilige Geest. De Kerkgemeenschap heeft het misschien zelfs nodig om van tijd tot tijd naar Gods Geest teruggeleid te worden. Want er zijn in haar geschiedenis ook periodes van overmoed en zelfs van hoogmoed. Dan meende ze Gods Geest niet meer nodig te hebben. Neergang was daarvan dan altijd het gevolg.

Maar juist nu, nu we ons soms afvragen "Hoe verder?" biedt ons dat de mogelijkheid om ons ontvankelijk te tonen voor die Helper, die Jezus ons tijdens zijn afscheid heeft beloofd. Juist nú kan Gods Geest het wonder van Pinksteren herhalen. Laten we daarop vertrouwen.

De lezing vertelt dat de Kerk vrede genoot in heel het Joodse land en hoe tekenen het werk van de prediking vergezelden. Zoals in de dagen dat Jezus weldoende rondtrok, bevestigen de wondertekenen de komst van Gods Koninkrijk. We lezen hoe Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen te Lydda kwam. Daar trof hij een zekere Enéas aan, die al ach jaar verlamd was. Petrus sprak tot hem: “Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde.” Onmiddellijk stond hij op.

Dit lezende, denken we onmiddellijk terug aan de genezing van de lamme die door het dak voor de voeten van Jezus wordt neergelaten. En we herinneren ons weer Jezus' opwekking van het dochtertje van Jaïrus, als Petrus Tabita – die om haar goede werken bekend stond – bij de hand neemt. Zo mag Petrus het werk van Jezus voortzetten en Gods Koninkrijk niet alleen verkondigen maar ook met tekenen onderstrepen.

Zo mogen ook jullie, beste wijdelingen, mensen bij de hand nemen en hen optillen uit hun dagelijkse zorgen en aan hun leven zelfs een perspectief bieden dat nog verder gaat dan dit leven. Zorg voor mensen hoort bij de prediking. In de Handelingen van de Apostelen lezen we ook hoe door de aandacht voor de prediking de aandacht voor zorg en ondersteuning tekort dreigde te schieten. Wij lezen hoe de twaalf na gebed tot de heilige Geest, zeven mannen de handen oplegden en hen de taak van de ondersteuning opdroegen. Zo is het diaconaat ontstaan.

Het Tweede Vaticaanse Concilie heeft de diaken weer in ere hersteld. We lezen in de dogmatische constitutie over de Kerk: “Gesterkt door de sacramentele genade, staan (de diakens) in dienst van het Volk van God door de diaconie van de liturgie, het Woord en de liefdewerken, in gemeenschap met de bisschop en diens priesterschaar.” En verder: “Aan de diaken komt het toe……het doopsel toe te dienen, de Eucharistie te bewaren en uit te reiken, in naam van de Kerk bij het huwelijk te assisteren en het in te zegenen, de teerspijze naar de stervenden te brengen, aan de gelovigen de heilige Schrift voor te lezen, het Volk Gods te onderrichten en aan te moedigen, de eredienst en het gebed van de gelovige voor te zitten, de sacramentaliën toe te dienen, de uitvaartdienst en de begrafenisritus te leiden.” Dat is een mond vol.

Maar jullie zijn ook werkzaam in een seculiere wereld en jullie willen juist aan deze seculiere milieus iets toevoegen, omdat jullie voelen en ervaren dat deze samenleving steeds behoefte heeft aan verlossing. Deze verlossing kan de samenleving zichzelf niet geven, maar wordt haar gegeven door Onze Heer Jezus Christus. Daarvoor is Hij aan het kruis gestorven. Daarvoor heeft Hij ons de heilige Geest geschonken, zonder wiens geheime gloed er in de mens geen goed is. Die Geest, die afwast wat vuil en onrein is. Die Geest, die de gewonde ziel heelt. Jullie komen vaak in aanraking met door de omstandigheden gewonde mensen. De samenleving heeft hen aan de kant geschoven, maar deze mensen blijven voor God hun waarde behouden. Dat heeft Jezus getoond.

Beste wijdelingen voor het diaconaat, blijf bij je taak in de kerk steeds hoopvol, want de heilige Geest begeleidt jullie. Hij laat zegen rusten op je werk. Laat de paasvreugde nooit uit je hart verdwijnen, maar wees een teken van Gods liefde voor de mens van vandaag. Laat jezelf voeden door Gods Woord, door gebed en eucharistie. En herhaal in tijden van twijfel, wanneer we meemaken dat grote groepen zich van Jezus afkeren, de woorden van Petrus: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.” Amen.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt