Toespraak Sociale Studiedag

Toespraak van bisschop Frans Wiertz bij de Sociale Studiedag bij gelegenheid van de uitreiking van de nieuwe tweejaarlijkse Doctor Poelsprijs, Abdij Rolduc - Kerkrade, woensdag 15 mei 2013
 

Zo af en toe horen we de kritiek dat de Kerk te ver van de gewone mensen af staat. Dat we te klerikaal zijn, te institutioneel en dat we ons te weinig met sociale onderwerpen bezighouden.Dat lijkt heel eigentijdse kritiek. Maar er is niets nieuws onder de zon. Want al in 1900 hield toen nog kapelaan Henri Poels een toespraak onder de titel ‘Onze Roeping’. Daarin waarschuwde hij dat de Kerk het contact met het volk zou verliezen. De maatschappelijke ontwikkelingen vroegen volgens hem om een Kerk, die krachtens haar eigen wezen midden in de wereld diende te staan. Hij verwoordde dat nogal beeldend: “Als het niet vlug genoeg gaat, is in de sociale keuken de pannenkoek aangebrand en gaat niet meer uit de pan.”

Henri Poels heeft vervolgens tientallen jaren de kans gekregen om in de sociale keuken de scepter te zwaaien en in alle pannen te roeren die daar op het vuur stonden. Dat heeft hem in sommige kringen ’t imago bezorgd van architect van de alomtegenwoordige Kerk. Hij is ook wel eens afgeschilderd als de verpersoonlijking van de verzuilde samenleving, waarin de Kerk van de wieg tot het graf in het leven van mensen aanwezig was.

Inderdaad was Poels als hoofdaalmoezenier van de arbeid de oprichter van tal van katholieke organisaties. Van de coöperatie Ons Dagelijks Brood tot en met woningbouwverenigingen. Maar we doen hem absoluut tekort als we hem afschilderen als de grote verzuiler. Want dat was hij juist niet! Doctor Poels wilde een open en sociale kerk. Hij pleitte zelfs voor oecumenische samenwerking in een tijd waarin dat absoluut geen gemeengoed was. In weerwil van zijn imago had hij een broertje dood aan klerikalisme. Hij zag dat juist als de grootste bedreiging van de katholieke sociale actie. Poels wilde een Kerk die midden in het leven stond, tussen de mensen.

In die zin was hij zijn tijd zelfs ver vooruit, want hij activeerde leken tot een sociaal apostolaat. In een tijd waarin het Tweede Vaticaans Concilie nog ver weg was en ideeën over ‘Gods Volk onderweg’ nog uitgedacht moesten worden, bracht hij dit al in praktijk. Geïnspireerd door de sociale encycliek Rerum Novarum zette hij zich aan het werk om de zelfredzaamheid van de arbeiders in de Mijnstreek te bevorderen. Binnen het kader van zijn tijd bestond dat uit het opzetten van organisaties en verenigingen die samen een fijnmazig sociaal netwerk vormden.

Ongewild versterkte dit het beeld van de geïnstitutionaliseerde Kerk, terwijl dr. Poels eigenlijk het tegenovergestelde wilde bereiken: namelijk een actieve inzet van alle gelovigen bij het in praktijk brengen van het evangelie. Als Bijbelkenner moeten de werken van barmhartigheid in zijn hart gebeiteld hebben gestaan. En terecht, want het sociale werk – de diaconie of caritas – is een even belangrijk onderdeel van de kerkelijke opdracht als liturgie, catechese en gemeenschapsopbouw. Het is leren, vieren én dienen.

Die laatste poot mag absoluut niet ontbreken. Zoals Henk Meeuws onlangs in het tijdschrift Communio schreef: diaconie hoort bij de core business van de kerk. Dat is geen uitvinding van onze tijd. Dat is ook geen uitvinding van Poels en de zijnen, maar dat is vanaf de vroegste tijd een belangrijk aspect van de christelijke gemeenschap geweest. In het boek Handelingen van de Apostelen lezen we al hoe de leerlingen van Jezus zich zorgen maakten dat ze te weinig tijd hadden om zich over de armen te bekommeren en daarom diakens aanstelden.

Bij eerdere gelegenheden heb ik al eens gezegd dat het boek ‘Handelingen’ een routekaart – een roadmap – voor de kerk van nu is. Als wij willen leren hoe we mensen weer willen interesseren voor de boodschap van het Evangelie, dan moeten we doen wat de eerste christenen deden. De zorg voor de armen en de zwakkeren – diaconie, caritas – heeft daarin altijd een belangrijke plaats ingenomen en moet dat dus ook blijven doen. “Eucharistie die zich niet vertaalt in concrete beoefening van de liefde is ten diepste onvolledig,” noemde paus Benedictus XVI dat in de hem eigen wetenschappelijke taal. Van de Franse bisschop Gaillot is het citaat dat misschien makkelijker te onthouden is: “Een kerk die niet dient, dient tot niets.”

Onze nieuwe paus Franciscus heeft al op diverse wijzen laten weten dit ‘dienen’ tot speerpunt van zijn pontificaat te willen maken. Ik kan dat alleen maar van harte ondersteunen en onderschrijven. Daarom juich ik het ook toe dat er in ons bisdom nu een diaconaal fonds is opgericht en dat er een prijs voor diaconale projecten wordt uitgereikt. Het is een buitengewoon goed idee om daar de naam van hoofdaalmoezenier Poels aan te koppelen. Hij is de man die het sociale gezicht van de kerk in ons bisdom op de kaart gezet heeft. Of anders gezegd: hij heeft het beslag in de pan gedaan; aan ons de taak om te voorkomen dat de pannenkoek aanbrandt.

Gelukkig hebben we een Dienst Kerk en Samenleving met aalmoezeniers en stafmedewerkers, die het werk van Poels op een eigentijdse wijze voortzetten. Ik hoop dat ze dat nog heel lang kunnen blijven doen! Daarbij zijn volgens mij in navolging van monseigneur Poels twee zaken buitengewoon van belang: Diaconie mag niet te klerikaal worden. Het moet de verantwoordelijkheid van de héle gemeenschap blijven. En we moeten steeds proberen de tekenen van de tijd te verstaan en eigentijdse noden met eigentijdse middelen proberen te lenigen. Dat betekent dat we in ons diaconaal werk voortdurend vernieuwend moeten zijn.

Daarin passen al die initiatieven die genomineerd zijn voor de eerste Doctor Poelprijs. Er zal er maar één aangewezen worden als ‘winnaar’, en dat is het poject EXODUS geworden, maar graag dank ik de initiatiefnemers van alle andere projecten voor hun inzet. Ik hoop dat hun voorbeelden veel navolging zullen vinden.

+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond

     
     
     
     
     
Susteren-Echt