Wat vieren we met Kerstmis

Met Kerstmis vieren christenen de geboorte van Jezus Christus. Deze geboorte markeert de menswording van God. Kerstmis is dus het feest van de incarnatie van God de Zoon.



Het woord kerstmis komt van het Middelnederlandse kerstesmisse. 'Kerstes' duidt op Christus en 'misse' op mis: 'Christusmis' dus. 'Kerstmis' verwijst tegenwoordig naar het feest dat in de Christusmis wordt gevierd: dat van de Geboorte van Jezus Christus.

De Bijbel vertelt dat Jezus Christus in Bethlehem geboren werd uit de Maagd Maria. Maria wist dat er met haar kind iets bijzonders aan de hand was. Een engel had haar namelijk verkondigd dat zij de moeder zou worden van de lang verwachte Messias, God's Zoon. De aankondiging door de engel, ook wel 'annunciatie' genoemd, was eeuwenlang een geliefd thema in de Europese kunst.

Toen Maria hoogzwanger was, zag zij zich vanwege een volkstelling gedwongen om met haar man Jozef van Nazareth naar Bethlehem te trekken. In Bethlehem aangekomen bleek er geen plaats meer te zijn in welk gastenverblijf dan ook. Maria en Jozef konden alleen nog in een stal terecht. Het kindje Jezus wordt in de stal geboren. Het wordt in doeken gewikkeld en neergelegd in een kribbe, een voederbak voor dieren (Luc. 1 en 2). Maria en Jozef worden vanaf de geboorte tezamen met het kindje Jezus de Heilige Familie genoemd.

Herders in de omringende velden worden door engelen op de hoogte gebracht van de bijzondere geboorte en komen het kindje als eersten aanbidden (Lc. 2). Later volgen nog wijzen of magiërs uit het Oosten. Zij zien een heldere ster aan de hemel verschijnen, die ze associëren met 'de Koning der Joden'. De wijzen volgen de ster, die uiteindelijk stil houdt boven de stal, de verblijfplaats van de Heilige Familie. Dan overhandigen de wijzen het kindje Jezus kostbare geschenken, en knielend brengen ze Hem hulde (Mt. 2).

De precieze geboortedag van Jezus is niet bekend. In het Westen is het feest van Kerstmis op 25 december geplaatst. Dat gebeurde met opzet, ter kerstening van het heidense feest van de winterzonnewende. Het licht van de zon was en is in veel natuurgodsdiensten de bron van het leven. De winterzonnewende op de Romeinen kalender vond plaats op 25 december. Dat is het moment dat de zon weer in kracht toeneemt: in de natuurgodsdiensten reden om het Nieuwe Leven te vieren. De winterzonnewende heette in het Romeinse Rijk de dies natalis solis invincti: 'geboortedag van de onoverwinnelijke zon'. De dag stond in het Romeinse Rijk in het teken van Mithras, een zonnegod die volgens de Perzische mythologie uit een maagd geboren was. Om de zonnedienst eens en voor altijd te beëindigen besloot paus Julius I (337-352) rond het jaar 340 dat de christenen voortaan op de dies natalis solis invincti het geboortefeest van Jezus Christus moesten vieren. Christenen, zo meende Julius, behoren Hém te aanbidden als het Licht dat de duisternis voorgoed verjaagt en eeuwig leven schenkt.

De zonnecultus zat diep bij het Romeinse volk. Vandaar dat kerkvader Augustinus (354-430) zich genoodzaakt zag om in een preek nogmaals te benadrukken: 'We vieren met Kerstmis niet de geboorte van de nieuw geboren zon, maar van Hem, die de zon geschapen heeft'. Nog weer iets later beklaagde paus Leo de Grote (440-461) zich er over, dat sommige christenen bij het betreden van de basiliek in de voorhof nog altijd plechtig de zon begroetten.

Vanuit het Westen vonden Kerstmis en de datum van 25 december in de loop van de vierde eeuw ook in het Oosten ingang. In de Oosterse Kerk werd de geboorte tot dan toe alleen hier en daar herdacht op het feest van de Openbaring des Heren, gevierd op 6 januari. De acceptatie van Kerstmis in het Oosten bezegelde in de ogen van velen de voorrang van de paus van Rome boven de patriarch van Constantinopel. Overigens duurde het nog geruime tijd voordat het feest van Kerstmis in het gehele Oosten was ingeburgerd. In Jeruzalem vond het bijvoorbeeld pas rond 550 ingang.

Net als de geboortedag is ook het geboortejaar van Jezus Christus onbekend. Het wordt geplaatst tussen de jaren 8 en 4 van vóór de christelijke jaartelling. Men is hier op uit gekomen door de regeringsperioden van de verschillende Romeinse heersers die in de evangeliën worden genoemd, naast elkaar te houden. Het gaat daarbij om keizer Augustus, om Herodus de Grote, heerser van Judea, en om Quirinius, de bewindvoerder in Syrië.

Het 'jaar 0' zou eigenlijk het geboortejaar van Jezus moeten zijn. Toch is dat niet het geval. De Romeinse abt Dionysius Exiguus die in 533 van paus Johannes I de opdracht kreeg om Jezus' geboortejaar vast te stellen, heeft namelijk een aantal fouten in zijn berekening gemaakt. Daardoor is de christelijke jaartelling eigenlijk niet correct.

Gebruiken rond Kerstmis
Kerstmis kent vele gebruiken. Om te beginnen is daar de kerststal die in huiskamers en kerken wordt neergezet. Vooral in grotere kerken zijn kerststallen vaak zeer uitgebreid en fraai. De stal is volgens de Kerk een tastbare illustratie van de boodschap, dat in het kindje Jezus God mens is geworden, en als mens onder de mensen heeft willen leven.

Naast de kerststal komt aan de kerstboom een centrale plek in het kerstfeest toe. Toch is deze boom niet uniek voor Kerstmis. Al lang voor de geboorte van Christus werden er bomen versierd en vereerd. De kerstboom in onze huizen en kerken is waarschijnlijk verwant met zowel de Germaanse heilige boom als de middeleeuwse katholieke paradijsboom.

In veel huizen en in winkels is rond Kerstmis de kleur rood prominent aanwezig: rode bloemen, rode klokken en rode kaarsen. Rood is de kleur van het vuur. Het gebruik van deze kleur gaat dan ook terug op de vuren die de Germanen en andere heidense volken binnen- en buitenshuis stookten tijdens het feest van de winterzonnewende. Zij hielden zelfs fakkelommegangen in de richting van de loop van de zon, om zo het zwakke, groeiende zonlicht een extra impuls te geven. Tegenover dit rood stelt de Kerk in haar vieringen als liturgische kleur juist wit, voor haar de kleur van de vreugde, die past bij het geboortefeest van Jezus Christus.

Vieringen
Kerstmis wordt in de Kerk gevierd met meerdere missen: de vigiliemis in de vooravond van 24 december, de nachtmis rond middernacht en op 25 december de dageraadsmis en de dagmis. De nachtmis trekt van oudsher de meeste kerkgangers.

De vigiliemis markeert de overgang van Advent naar Kersttijd. De vigilie heeft een belangrijke, centrale boodschap: de grote gebeurtenis waar gedurende Advent naartoe geleefd is, is nu echt nabij. De openingstekst van de mis luidt dan ook: "Heden nog zult gij weten dat de Heer ons komt redden, en morgen zult gij zijn heerlijkheid zien."

De nachtmis staat in het teken van de lichamelijke geboorte van Jezus Christus te Bethlehem, zoals die wordt verhaald in het evangelie van Lucas. Het is de nachtmis die sinds jaar en dag door veel randkerkelijke gelovigen en zelfs niet-gelovigen wordt bezocht, voor de sfeer. Tijdens de nachtmis gaat het in de meeste parochies om een unieke sfeer te creëren. De kerk is prachtig versierd en de liturgie luisterrijk en goed verzorgd. Parochies hopen de kerkgangers iets mee te geven van de warmte, hoop en blijdschap van de kerstboodschap. In zekere zin geven parochies met de nachtmis op deze manier ook een visitekaartje af aan de mensen, die buiten kerstmis zelden of nooit over de vloer komen.

In katholieke gezinnen is het nog altijd gewoonte om eerst na thuiskomst uit de nachtmis het kindje Jezus in de kerststal te plaatsen; het kerstkind wordt immers pas in de nachtmis geboren. In de grote katholieke gezinnen van weleer was het overigens ieder jaar vechten om de eer, het kindje in de kribbe te mogen leggen.

Het is bij katholieken traditie om na de nachtmis met het hele gezin een kleine maaltijd te gebruiken. Omvang en samenstelling van de maaltijd varieert van streek tot streek. Zo maken bijvoorbeeld beschuit-met-muisjes, ter ere van de geboorte van het kerstkind, lang niet overal deel uit van de opgediende spijzen. In Frankrijk en België staat de kerstnachtmaaltijd overigens bekend als Reveillon.

De dageraadsmis, gehouden bij het doorbreken van daglicht, opent met de woorden: "Een helder licht straalt heden over ons, want de Heer is ons geboren." Deze tekst verwijst naar Jesaja, één van de oudtestamentische profeten die de komst van de Messias vele eeuwen voor Jezus' geboorte aankondigde met de woorden: "Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet een helder licht. Over hen die wonen in een land vol duisternis, gaat een stralend licht op" (Jesaja 9,1). De dageraadsmis heeft als bijnaam 'herdertjesmis'. Het Evangelie vertelt namelijk van de herders, die van een engel des Heren vernemen dat de Messias is geboren.

De dagmis viert de eeuwige geboorte van de Zoon uit de schoot des Vaders. De proloog van het evangelie van Johannes staat centraal: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God" (Joh.1:1). Deze passage is beduidend minder toegankelijk dan het kerstverhaal uit het Lucas-evangelie, waarin de lichamelijke geboorte van het kindje Jezus centraal staat. Bij Johannes staat de 'eeuwige geboorte van het Woord' centraal. Wat kan daarmee bedoeld worden?

Met het Woord heeft God hemel en aarde geschapen. In Genesis lezen we: "Toen zei God: 'Er moet licht zijn'. En er was licht." (Gen. 1:3). Maar hoe zit dat dan met Jezus Christus: is Hij ook geschapen? Volgens de katholieke leer niet. Daarin wordt het Woord altijd geïdentificeerd met de Zoon. God is een drie-eenheid van Vader, Zoon, en Heilige Geest en Jezus Christus is die Zoon. Vóór de schepping, ja vóór alle tijden bestond hij al bij God de Vader. Het Woord − en dus de Zoon − wás God, zegt Johannes zelfs, en werd daarom niet door God geschapen. Ook niet in Bethlehem. Daar werd, in de persoon van het kindje Jezus, de Zoon als mens geboren.

Volgens de katholieke leer heeft Jezus Christus twee naturen: de goddelijke natuur van het Woord én de menselijke natuur die ons met Kerstmis in de gedaante van het kindje zo nabij is. Johannes drukt de menswording van de Zoon als volgt uit: "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond" (Joh.1:14). Hier wordt de kern geraakt van het christelijk geloof zoals dat met Kerstmis wordt beleefd: God heeft mens onder de mensen willen zijn. God de Zoon werd mens in Maria's schoot. Kerstmis is dus het Hoogfeest van de Menswording van God.

(Bron: RKK-encyclopedie)

     
     
     
     
     
Susteren-Echt