Zondag 5 juli 2026 – 14e Zondag door het jaar

Zondag 5 juli 2026 – 14e Zondag door het jaar

1e lezing: Zach.9,9-10
Tussenzang: ps.145,1-2.8-11.13-14
2e lezing: Rom. 8,9.11-13
Evangelie: Mt.11,25-30

 

Kinderlijk vertrouwen

Hebt u wel eens de wens gehad opnieuw kind te zijn? Dat de zorgen drukken en het werk te veel wordt? Dat je de verantwoordelijkheid boven het hoofd dreigt te groeien? Je kunt dan terugverlangen naar de geborgenheid van je jeugd. Het was de tijd, waarin je nog geen echte zorgen kende. Het was de tijd dat je mocht gaan spelen. Als wij die wens in onszelf wel eens voelen, dan komen wij vandaag enigszins aan onze trekken. Voor God mogen wij immers kinderen zijn: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.”

Maar misschien denkt iemand onder U: kind zijn in het geloof? Dat betekent zeker, dat we de mond moeten houden en netjes luisteren. Dat betekent zeker, dat we moeten doen wat anderen zeggen en dat wij dus zelf geen verantwoordelijkheid te dragen hebben. Het betekent dus uiteindelijk dat we niet serieus genomen worden en niet voor volwassen aangezien. Zo in de trend van: ga jij maar mooi spelen. Bedoelt Jezus dat wanneer Hij spreekt over ons als kinderen? Zijn wij als christenen gedoemd onmondig te zijn?

Indien wij het evangelie vandaag goed beluisterd hebben, dan zullen wij gemerkt hebben dat de Heer dat in ieder geval niet voor ogen heeft gehad. Want iets verder in deze evangelietekst horen wij de volgende woorden: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt en Ik zal u rust en verlichting schenken”. Dat zeg je nou niet direct tegen een kind. Die wil je juist het juk van de schouders nemen, echt kind laten zijn. Blijkbaar bedoelt Jezus iets anders.

Wat heeft Hij voor ogen als Hij ons vergelijkt met kinderen? Kinderen hebben iets, wat je bij volwassenen nauwelijks meer aantreft. Kinderen hebben een openheid naar anderen toe. Dat merk je als je ziet hoe gemakkelijk ze anderen vertrouwen en met anderen praten. En ze hebben deze openheid niet alleen naar andere mensen toe maar ook, wanneer het om God gaat. Het is een openheid, die wij als volwassenen alleen maar kunnen benijden.

Kinderen zijn nog niet behept met vooroordelen. Ze staan frank en vrij open voor iedereen. Kinderen zijn open, zoals Christus een en al openheid was voor Zijn Vader. Wij noemen Jezus weliswaar Heer en Koning, maar Hij wilde niets anders doen dan de wil van zijn Vader in alles volbrengen. Niet Mijn wil maar Uw wil geschiedde. Ook kinderen hebben die openheid en dat is de voorwaarde om God en medemensen daadwerkelijk een vruchtbare plaats in jouw leven te geven. Dat is ook de voorwaarde om de wil van God voor je eigen leven te kunnen begrijpen. De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden zo hun eigen ideeën over hoe God moest zijn. En daar paste Jezus niet in! Gods wegen echter zijn niet onze wegen. Wanneer Jezus spreekt over het christen zijn als kind, dan vraagt Hij dat ook wij die openheid in ons leven mogen bewaren of herwinnen.

Jezus nodigt ons uit God niet naar onze hand te zetten, maar ons te openen voor zijn wil. Dan worden wij geen onmondige kinderen, want God vraagt werkelijk iets van ons. Hij vraagt dat wij ons verstand gebruiken. Hij vraagt dat wij het juk van het dagelijks leven dragen en dus verantwoordelijkheid op ons nemen. Tegelijkertijd echter vraagt God ons dat alles te doen met een kinderlijk vertrouwen. Werken en zorgen als een volwassene. Tegelijkertijd echter met een kinderlijk vertrouwen open staan voor Hem, die als een Vader naast ons staat.

Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

Ontvang onze nieuwsbrieven

Meld je aan en blijf op de hoogte van het laatste nieuws