Zondag 9 augustus 2026 – 19e zondag door het jaar

Zondag 9 augustus 2026 – 19e zondag door het jaar

1e lezing: 1 Kon.19,9a.11.13a
Tussenzang: ps.85,9-14
2e lezing: Rom.9,1-5 
Evangelie: Mt.14,22-33 

 

God is een zachte bries

Wat hebben wij gelovigen voor op ongelovigen? Wat baat het trouw te zijn aan de geboden? Gaat het mensen die leven als god in Frankrijk werkelijk slechter dan hen die de Heer de plaats geven die Hem toekomt?

Vandaag worden ons in de lezingen drie situaties getoond, waar gelovige, God getrouwe mensen in nood verkeren. Allereerst Elia. Moedig heeft hij de rechten van God verdedigd. Hij heeft zich echter daarbij de woede van de koninklijke familie op de hals gehaald. Bovendien: wie staat op zijn prediking te wachten. Het gros van het volk blijft onverschillig. Uiteindelijk is hij voor de druk van buiten gezwicht. Veertig dagen en nachten is hij door de woestijn gezworven. Tenslotte komt hij bij de berg van God de Horeb aan. Het is als priester in onze tijd niet moeilijk de gevoelens van Elia aan te voelen. Wie zit er nog te wachten op de verkondiging van het Evangelie? Wanneer nog komt de Kerk positief in de media? Menig priester loopt dan ook wel eens met zijn ziel onder de arm.

Paulus zit in een gelijksoortig schuitje. Terwijl hij zich uitslooft het evangelie te verkondigen, lijkt zijn eigen volk doof voor Gods beloftes. Het doet hem onzegbaar pijn. Ouders zullen zich vandaag in Paulus herkennen. Zelf heb je een fundament gevonden in het geloof. De kinderen echter hebben dat geloof afgeschud en lijken, zonder dat zelf te zien, boven een afgrond te hangen. Wij gelovigen gelijken dus op de leerlingen in het evangelie van vandaag. Wij willen in het gezelschap van Jezus verblijven. Wij zitten in een en hetzelfde bootje. En toch. De zorgen over de toekomst van kinderen of Kerk kunnen ons zo bezighouden, dat je je kunt afvragen: heeft het nog zin om in de boot van de Kerk te zitten?

Bovendien is dat bootje langzamerhand zo klein geworden en de golven zijn zo hoog. Wij kunnen met Elia de bekoring hebben het schijnbaar zinkend schip te verlaten. En andere mensen die ons zo angstig en weifelend zien zitten, zullen zij nog de moed of de zin hebben om bij ons in de boot van de kerk te stappen? Het lijkt allemaal op een neerwaartse spiraal. Een spiraalbeweging waar geen ontkomen aan is. Paulus zegt dan ook: “In mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.”  En de leerlingen in de boot reduceren de macht van Jezus, die loopt over het water tot een akelige droom. Een nachtmerrie: Jezus lijkt op een spook.

Waar vinden wij nu een antwoord om uit de impasse te geraken? Moeten wij met Elia op de loop gaan? Aan elk vluchten komt echter een einde. En dat einde kan erger zijn dan de situatie, die aan ons weglopen voorafging. Wij kunnen ook met de leerlingen beginnen te schreeuwen. De Kerk moet meer met de tijd mee. Haar gedachtegoed lijkt wel een nietszeggend spook. Haar verkondiging is tenminste niet langer reëel en van deze wereld.

Het Bijbels antwoord op deze impasse ofwel geloofscrisis is in alle drie de lezingen hetzelfde. Loop niet weg. Schreeuw niet. Blijf in stilte wachten op uitkomst! En die komt blijkbaar van God alleen. Want ook op dit punt zijn de lezingen gelijkluidend. Zij eindigen alle drie met een oprechte belijdenis van geloof: Elia bedekt uit eerbied zijn gelaat met een mantel. Paulus belijdt God als de gezegende in eeuwigheid en de apostelen zeggen tot Jezus: ”Gij zijt de Zoon van God.”

Waarin is nu die ommekeer gelegen? Zijn de problemen opgelost? Neen, Elia zal opnieuw geconfronteerd worden met de woede van de koninklijke familie. De Joden die Paulus omringen, blijven ongelovig. En de kleine boot van de eerste Kerk zal opnieuw door de golven geteisterd worden. Dus ook wij hoeven de oplossing voor onze eigen geloofscrisis niet te zoeken in een directe oplossing van onze problemen. Waarin dan wel? De lezingen zeggen: zoek de oplossing in een oprechte ontmoeting met God. Zoek de stilte op. De stilte, waar God ondanks onze angsten en zorgen aanwezig is.

Leer de Heer van nabij kennen. Hij is niet thuis in aardbeving of storm. Paniekvoetbal is niet zijn werkwijze. Hij is nog minder een spook, dat angst aanjaagt. God is als een zachte bries, die rust en vrede schenkt in alle stormen die ons leven bedreigen. Wat hebben wij gelovigen voor op de ongelovigen? Het antwoord kan eenvoudig zijn. Wij mogen God ervaren als een rustgevende werkelijkheid. Wij mogen Hem ontmoeten in Woord en Brood. Hij wil het fundament zijn, waarop wij staande kunnen blijven in voor- en tegenspoed. Neem de uitdaging aan, zoek de stilte op! En als mensen om ons heen zien dat wij ondanks de golven van onze zorgen de boot van ons christelijk geloof niet verlaten; dan zullen zij misschien ook zelf opnieuw interesse krijgen voor God in die boot: de gezegende tot in de eeuwigheid.

Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie

Ontvang onze nieuwsbrieven

Meld je aan en blijf op de hoogte van het laatste nieuws