1e lezing: Jes.22,19-23
Tussenzang: ps.138,1-3.6.8
2e lezing: Rom.11,33-36
Evangelie: Mt.16,13-20
Getuigenis afleggen
Jezus vraagt onderweg aan de apostelen: Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon? Nadat ze de diverse meningen hebben opgesomd, vraagt Jezus het hun rechtstreeks: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?”
Paus Johannes Paulus zei eens dat we bij het spreken over Jezus niet meer kunnen volstaan met herhalen wat anderen ons gezegd hebben. Hij zei: “Je moet zeggen wat je denkt en geen mening citeren. Je moet getuigenis afleggen, je gebonden voelen door het getuigenis dat je hebt afgelegd. En draag deze verbintenis tot haar uiterste consequenties: want onze hele toekomst hangt af van het duidelijke, oprechte en ondubbelzinnige antwoord op de vraag van Christus: Wie ben Ik voor jou?”
Feitelijk stelt Christus deze vraag aan al zijn volgelingen. Petrus antwoordt: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Daarmee belijdt hij openlijk de Goddelijkheid van Christus. Om zijn waarachtige antwoord noemt Christus hem zalig. Petrus’ roeping en zending betekende dat hij de vaste fundering moest zijn, waarop Christus zijn Kerk ging bouwen. Zo onwrikbaar dat geen macht haar in de toekomst zou kunnen overweldigen.
Door de ontzaglijke verantwoordelijkheid die de paus heeft, zijn wij allen geroepen om dagelijks voor zijn heil en intenties te bidden. Door ons gebed dragen we bij om de zware last die drukt op de schouders van de paus en de bisschoppen te verzachten. Zoals we weten, is de pauselijke macht zo groot dat wat de paus besluit in de hemel bekrachtigd zal worden: Hij is de plaatsvervangende Christus op aarde.
Daarom, als we verenigd zijn met de opvolger van Petrus, dan zijn we veilig verenigd met Christus. Want waar Petrus is, daar is de Kerk en daar is God. Laten we dankbaar beseffen dat het pauselijk gezag, te midden van alle chaos en verwarde meningen van onze wereld, feilloos hemelse navigatie schenkt. Zijn onderricht schenkt ons al het noodzakelijke Goddelijke licht om onze gewetens vrij van dwaling te verlichten. Laten wij God dankbaar zijn voor de geloofszekerheid, die zijn heilige Kerk ons biedt.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie