1e lezing: Jer.20,7-9
Tussenzang: ps.63,2-6.8-9
2e lezing: Rom.12,1-2
Evangelie: Mt.16,21-27
Voor de ander
Een moeder uit een land in oorlog vertelde dat haar zoon een paar jaar geleden besloot om in het leger te gaan om het vaderland te verdedigen. Zij vreesde voor het leven van haar zoon en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Er waren al zo veel jonge mensen gesneuveld. Wilde hij dat risico nemen? Toch hield haar zoon voet bij stuk en vertrok, de moeder in onzekerheid achterlatend.
Geruime tijd had zij niets meer van hem gehoord en ze vreesde dat ook hij niet meer leefde. Het enige wat zij had was een foto van een jongeman van negentien jaar die volop in de kracht van zijn leven stond. Hij volgde een studie aan de universiteit, hij had vele talenten en kon wellicht een mooie toekomst opbouwen. Maar dat alles gaf hij prijs om het land te verdedigen.
De moeder had hem graag willen tegenhouden, maar hij bleef bij zijn keuze en trok weg van het vertrouwde ouderlijk huis. Zijn moeder bleef met vele vragen achter. Wat was de zin van dit alles? Ze gunde haar zoon een beter leven. Maar wat is eigenlijk een beter leven? De gemakkelijkste weg kiezen of je leven geven voor anderen? Later hoorde zij dat haar zoon in de strijd gesneuveld was.
Dit gebeuren kunnen wij ook toepassen op het evangelie van vandaag. De leerlingen hebben tot nu toe met Jezus een mooie tijd meegemaakt. Hij had veel voor anderen betekend, door zijn bemoedigende en sterke woorden. Hij had vele mensen beter gemaakt, door hen te genezen van ziekten en kwalen maar hun ook kunnen bevrijden van het kwaad. Hij legde ook de zwakke punten van het Joodse geloof bloot, door duidelijk te maken dat dienst aan God pas echt is door de liefde voor mensen. En daarin botste Hij met de Wetgeleerden en Farizeeën. Zij vonden de wet belangrijker dan liefde en barmhartigheid.
Jezus was zich ervan bewust dat Hij zich in een kwetsbare positie begaf. Maar toch zette Hij door en door deze weg te gaan en voelde zich gedragen door de Vader. Hij wilde de leerlingen geen vals beeld van de toekomst voorhouden en daarom sprak Hij over zijn dood. Maar ook over zijn verrijzenis. Dat laatste begrepen de leerlingen niet. Zij leefden nog te veel in het hier en nu. Daarom wilden zij Jezus beschermen en tegenhouden. Petrus was de spreekbuis van de leerlingen. Maar Jezus reageerde hard en afwijzend. Hij noemde Petrus zelfs ‘satan’.
Heel sterk kwam naar voren dat de betekenis van het leven ligt in het leven voor de ander. Het gaat er niet om dat je zelf een mooi en gewaardeerd leven hebt, maar dat door jou de ander het beter krijgt. “Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen”, zegt Jezus tegen de leerlingen.
Op dat punt zal ook het leven van ieder beoordeeld worden. Als oudere mensen vertellen over hun leven, dan was hun ideaal om hun kinderen een beter leven te geven. Om hen te laten studeren, moesten zij financiële offers brengen. Zij konden in die tijd niet op vakantie gaan of van alles aanschaffen wat ze leuk vonden. Zij deden het graag voor hun kinderen en ze vonden dit ook hun christelijke plicht.
Toch zien wij nu een generatie die alles in de schoot geworpen heeft gekregen, maar ze hebben daar niet voor hoeven te vechten. Ze hebben nooit geleerd om voor anderen te leven. Wanneer anderen iets voor hen gedaan hebben, zien ze het niet en hebben het ook nooit gewaardeerd. Daardoor is een generatie opgegroeid die nu leidinggeeft en veel met zichzelf bezig is.
Leven voor anderen is voor hen een vreemd woord. Dat wordt zichtbaar op velerlei gebied: in de zorg, in het onderwijs, in de Kerk, in het verenigingsleven en op talloze andere terreinen. Daardoor verhardt de samenleving en heeft de Kerk veel aan kracht moeten inleveren. Daarom is het Woord van Jezus nog steeds actueel. In het leven voor anderen vind je het geluk dat toekomst heeft. Mogen wij dat meenemen als leidraad voor ons leven.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie