1e lezing: Jes.55,6-9
Tussenzang: ps.145,2-3.8-9.17-18
2e lezing: Fil.1,20c 24.27a
Evangelie: Mt.20,1-16a
Gods beloning is dezelfde
In de tweede lezing spreekt de apostel Paulus over zijn arbeid voor het evangelie. Hij verricht zijn werk niet om zichzelf te verheffen of om lof van mensen te ontvangen. Integendeel, hij leeft en werkt ten dienste van de mensen die aan hem zijn toevertrouwd.
Nog opmerkelijker is dat Paulus zelfs verlangt te sterven. Dat klinkt voor onze oren misschien vreemd, maar voor hem is de dood geen verschrikkelijke gebeurtenis. Zij is het doel van zijn aardse pelgrimstocht: voor altijd bij de Heer zijn. Toch blijft hij werken, zolang God hem op aarde laat leven. Zijn verlangen om bij Christus te zijn gaat hand in hand met zijn inzet om zoveel mogelijk mensen op weg te helpen naar hetzelfde doel.
Zijn leven staat volledig in het teken van Christus en de verkondiging van de Blijde Boodschap. Ook het evangelie van vandaag spreekt over werken voor de Heer. In de gelijkenis worden arbeiders geroepen om in de wijngaard te werken. Aan het einde ontvangen zij allen hetzelfde loon. Dat roept verbazing op. De arbeiders van het eerste uur verwachten immers meer dan degenen die pas op het einde van de dag zijn gekomen.
Zo denken wij mensen vaak ook. In onze wereld staat tegenover prestatie meestal een passende beloning. Wie meer werkt, ontvangt meer loon. Maar Gods logica is anders. Voor Hem is niet de duur van de arbeid doorslaggevend maar het feit dat iemand zijn roepstem heeft beantwoord. De uiteindelijke beloning is voor allen dezelfde: het eeuwige leven, de gemeenschap met God. Dat is een belangrijke les.
Misschien denken wij soms dat wij, omdat wij ons hele leven hebben geprobeerd God te dienen, meer recht hebben op de hemel dan iemand die pas op het laatste moment tot geloof komt. Maar Jezus maakt duidelijk dat niemand aanspraak kan maken op Gods liefde. Zij blijft een gave, een genade.
Betekent dit dan dat het geen verschil maakt wanneer iemand Christus leert kennen? Zeker niet. Wie de Heer al vroeg in zijn leven ontmoet, ontvangt reeds hier op aarde vele zegeningen. Het geloof bevrijdt ons van egoïsme. Het leert ons liefhebben, vergeven, onszelf geven voor anderen en ons leven richten op een hoger doel. Het volgen van Jezus brengt nu al licht, vrede en vreugde in ons bestaan. Wie pas laat tot geloof komt, ontvangt dezelfde hemelse beloning maar heeft misschien jarenlang moeten leven zonder die nabijheid van God.
Misschien heeft hij gezocht naar geluk in bezit, succes of de vervulling van eigen verlangens. De wereld noemt dat vaak geluk maar uiteindelijk kan niets daarvan het hart vervullen zoals God dat doet. Daarom mogen wij dankbaar zijn als God ons al vroeg in ons leven heeft geraakt en geroepen. Hij heeft ons veel verdriet en leegte bespaard die voortkomen uit een leven zonder Hem. Tegelijk roept dit evangelie ons op om anderen naar Christus toe te brengen, zodat ook zij zijn liefde mogen leren kennen en delen in de vreugde van zijn Koninkrijk.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie