1e lezing: Jes.25,6-10a
Tussenzang: ps.23,1-6
2e lezing: Fil.4,12-14.19-20
Evangelie: Mt.22,1-14 of:1-10
We zijn uitgenodigd
Stelt u zich eens het volgende voor: u geeft een groot feest, bijvoorbeeld bij gelegenheid van een huwelijk of een jubileum. U viert zo’n feest natuurlijk niet alleen. Nee, u wilt dat anderen in uw vreugde delen. Familieleden en vrienden worden dus uitgenodigd om te delen in onze vreugde en dankbaarheid. Dat is het uitgangspunt van ieder feest. Er moet dan ook van alles worden voorbereid. Een zaal worden afgehuurd, een diner voorbereid en meestal wordt er ook nog een muziekband gecontracteerd. Tenslotte breekt de grote dag van het feest aan. Maar dan overkomt u plotseling het volgende: niemand komt opdagen! De een heeft een huis gekocht en moet het gaan bezichtigen. Een ander heeft blijkbaar ondanks de uitnodiging een reis geboekt. Weer een ander doet de zaak af met de opmerking: ‘Ik ben het feest compleet vergeten.’ En tenslotte moet u het ook nog eens meemaken dat gasten ijskoud zeggen: ‘Ik heb geen zin’. Hoe zou u reageren?
Waarom ik dat vraag? Het evangelie van vandaag handelt namelijk over een dergelijk pijnlijke situatie. Ook in de teksten van deze zondag wordt gesproken over een groots feest. De gelijkenis spreekt over een koning, die ons uitnodigt voor het feest van zijn Zoon. En het is vandaag opnieuw Jesaja die ons helpt bij de vraag: wie is deze koning? ‘De Heer van de machten richt op de berg Sion voor alle volkeren een feestmaal aan met uitgelezen gerechten.’ Het is God zelf, die het feest organiseert. De genodigden, dat zijn alle volkeren. Dat betekent dus: ook wij!
De lezingen van vandaag zijn dus echte vreugdeteksten. Wie wil niet uitgenodigd zijn voor een groot feest? Wij hebben als het ware zojuist de tekst gehoord die God heeft aangebracht op de uitnodigingskaarten voor zijn feest. En toch is er iets vreemds aan dit feest. Of beter gezegd: er is iets merkwaardigs aan de hand met die uitnodigingskaarten. Natuurlijk: wij zijn uitgenodigd. Jesaja schildert ons zelfs de rijkdom en veelzijdigheid aan spijs en drank. Hebt u echter iets gehoord over datum of tijdstip? Wanneer wordt dat feest van God gehouden? En hier ligt voor veel mensen het probleem, wanneer het gaat om dit Goddelijk feest. Je hoort het mensen dan ook vaak zeggen: ‘Waarom is God zo onduidelijk? Worden jullie christenen door al die vage beloftes niet aan het lijntje gehouden?’
Voor veel mensen is die onduidelijkheid een echt struikelblok. Het zou toch ook veel gemakkelijker zijn als wij wisten wanneer het feest begint. Je zou het in de agenda kunnen zetten. Er plaats en ruimte voor kunnen maken. Want wij hebben niet veel ruimte, wij hebben niet veel tijd. Ook niet voor de dingen van God. Nu raken wij aan de kern van het evangelie. Geven wij een feest, dan verwachten wij dat mensen daar op tijd en met gepaste kleding naar toe komen. Wij willen dat onze gasten voorbereid zijn en klaar staan. Bovenal hopen wij dat onze gasten zin hebben in het feest, zodat het een gezellige, vreugdevolle happening wordt. En dat laatste is toch wel het belangrijkste. Gasten kunnen een feest maken, maar ook kraken. Welnu, dat vraagt God ook van ons. Hij nodigt ons uit ons voor te bereiden op het feest van zijn Zoon. En Hij schenkt ons daartoe veel tijd. God eerbiedigt namelijk onze vrijheid. Hij wenst dat wij uit vrije wil en vol enthousiasme toewerken naar dat feest.
Het is ook geen kleinigheid waarvoor wij genodigd zijn. ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken.’ Of zoals een kerkvader het uitdrukt: ‘God werd mens, opdat wij in zijn goddelijk leven zouden delen.’ Wij krijgen de tijd om de omvang van de uitnodiging goed voor ogen te krijgen. God geeft ons de ruimte om met de apostel Paulus tot het besef te komen hoe groot de hoop is, waartoe wij geroepen zijn. Jesaja zegt daarover: ‘Hij zal de tranen van ons gezicht afwissen.’ Maar tot de grote dag van dat feest is aangebroken, gaat ons dagelijks leven gewoon door. Wij kunnen de uitnodiging vergeten. Het kan zijn dat wij door onwetendheid en zelfs onverschilligheid volledig ongevoelig worden voor het feest dat met rasse schreden nadert.
Kan ik mij verheugen over de uitnodiging die er ligt en die ons vandaag als herinnering wordt voorgelezen? Kan ik mij onbaatzuchtig verheugen in de vreugde van God zelf, die een feest wil geven voor zijn Zoon? Moge de viering van de eucharistie in ons opnieuw wakker roepen tot welk een waardigheid wij geroepen zijn als genodigden van God op het feest van zijn Zoon.
Tekst: Bezinning op het Woord, inleidende teksten bij de dagelijkse liturgie