Karin Frints vond haar roeping als ‘hoedster van de stilte’

Karin Frints vond haar roeping als ‘hoedster van de stilte’

Oud-Valkenburg is niet groot. Er zijn zo’n tachtig adressen en er wonen net iets meer dan honderd mensen. Het dorp telt maar liefst twee kastelen, die op een steenworp afstand van elkaar staan. En een middeleeuws kerkje, midden op een ommuurd kerkhof. Het is precies dit beeld dat Karin Frints aan haar vakanties in Italië deed denken. Nu is ze drie dagen per week in het kerkje te vinden als ‘hoedster van de stilte’.

Het is erg druk op de doorgaande weg van Wittem naar Valkenburg. Lokaal verkeer en toeristen rijden af en aan. Wie het kerkhof rond de Johannes de Doperkerk in Oud- Valkenburg verlaat, moet uitkijken niet door een troep wielrenners omvergereden te worden. En het carillon van de kerk speelt zowat elk kwartier. Toch is in de kerk de stilte krachtiger aanwezig dan het verkeer, zegt Karin Frints. "Je hoort het verkeer wel, maar de stilte vult de ruimte meer."

Frints kan het weten, want sinds 2007 is ze er, met een onderbreking vanaf 2012, drie dagen per week drie uur te vinden. Om de kerk open te houden, zodat bezoekers naar binnen kunnen, en om stil te zijn. "Het is een prachtig kerkje, maar ik geef geen rondleidingen," zegt ze. "Ik ben geen kerkenwacht. Het gaat mij niet om het erfgoed, maar om de stilte. En de ontmoeting met God. Ook in januari als het koud is en er geen toerist te bekennen valt."

 

Heilige plek

Het verhaal begint als de in Heerlen geboren Frints in 2002 met haar man vanuit Amsterdam terugverhuist naar Limburg om hier haar eigen psychologenpraktijk op te zetten. Op zoek naar een plek om te wonen, fietst ze door Oud-Valkenburg. "Ik stopte bij de oprijlaan van kasteel Genhoes en ik had een heel aparte ervaring. Met die prachtige rij bomen, het kasteel aan de ene kant en het ommuurde kerkje aan de andere kant was het net alsof ik weer in Italië was,’" vertelt ze, terwijl we door diezelfde oprijlaan lopen.

"De hoeve van het kasteel werd anti-kraak verhuurd en wij mochten daar tijdelijk wonen. Vanuit mijn werkkamer keek ik precies op de kerk. Dat voelde heel bijzonder. Ik was wel katholiek, maar toen niet echt gelovig en zeker geen kerkganger. Toch trok dit kerkje mij heel erg aan. Het was net alsof alles hier op z’n plek viel. In die tijd dacht ik niet aan God, maar ik ervoer het wel als een heilige plek. Vooral de stilte maakte mij heel gelukkig. Ik vroeg me vaak af waarom de kerk niet open was, zodat mensen konden binnenlopen. Net als in Italië."

In 2007 moesten Frints en haar man de hoeve verlaten en konden ze een eigen woning krijgen in het buurdorp Schin op Geul. "Ook een prachtige plek, maar nu kon ik niet meer naar mijn kerkje kijken," vertelt ze. "Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en aan de pastoor gevraagd of ik de kerk niet een paar dagen in de week mocht openstellen. Dan konden mensen binnenkomen en kon ik nog meer van de stilte genieten. En dat mocht."

Sindsdien is de Johannes de Doperkerk op woensdag, donderdag en vrijdag van 11.00 uur tot 14.00 uur open en heeft Frints haar eigen plek achteraan in de kerk. "Als mensen binnenkomen, blijf ik rustig zitten. Ik loop niet naar ze toe om ze te verwelkomen en al helemaal niet om ze een folder in de hand te duwen. Ik zit daar gewoon en ik laat ze hun gang gaan. Sommigen kijken rond en maken wat foto’s, anderen steken een kaarsje op. En als iemand iets wil vragen of een gesprek wil aanknopen, dan ben ik er voor ze. Zo heb ik in de loop van de jaren al heel wat bijzondere mensen ontmoet. Inmiddels zie ik meteen of iemand zomaar even wat rondkijkt of echt geraakt wordt of ergens mee zit. Er vloeien heel wat tranen bij het Mariabeeld, kan ik je vertellen. Het mooiste vind ik de mensen die verwonderd op de drempel blijven staan, ‘oh’ zeggen en dan helemaal stilvallen."

 

Ze beschouwt niet alleen zichzelf als hoedster van de stilte, maar ze ziet het als een nieuwe roepingen voor vrouwen in de kerk.

 

Roeping

De vele uren die Frints in stilte in de kerk heeft doorgebracht, hebben iets met haar gedaan, vertelt ze als we plaats hebben genomen in een van de kerkbanken. "Als ik hier zit, voel ik van binnen iets stromen. Toen ik ermee begon, wist ik niet wat dat was. Nu noem ik het de Heilige Geest. Voor mij is in stilte in deze kerk zitten echt een ontmoeting met God geworden. Ik zie het als mijn roeping om hoedster van de stilste te zijn. Ik werk als psycholoog, maar het liefste zou ik mijn praktijk sluiten en elke dag hier in de kerk komen zitten. Dit is mijn belangrijkste taak in het leven geworden."

Frints gaat nog verder. Ze beschouwt niet alleen zichzelf als hoedster van de stilte, maar ze ziet het als een nieuwe roeping voor vrouwen in de kerk. "Vrouwen gaan anders met stilte om dan mannen. Vrouwen luisteren meer met hun hart. Dat is precies waar de vele zoekende mensen van nu behoefte aan hebben. Ik verwacht dat er veel meer vrouwen zijn die de roeping hebben om hoedster van de stilte te worden." Frints is ervan overtuigd dat het ooit een officiële plek binnen de structuur van de katholieke kerk gaat krijgen. "Maar anders dan een priester die in een parochie benoemd wordt, is hier sprake van een vrouw die een band met een specifieke kerk heeft en dáár hoedster van de stilte wordt. Het gaat niet om vacatures die bezet moeten worden. Mijn gevoel zegt dat de Heilige Geest vrouwen roept voor die bepaalde kerk."

Belangrijk is volgens Frints niet alleen dat de roeping van hoedsters van de stilte erkend wordt, maar ook dat deze vrouwen onderling contact onderhouden en gevormd worden. Zelf komt ze regelmatig in de benedictijnerabdij Mamelis bij Vaals. "Daar voel ik zo’n diepe rust. Het gezang van de monniken trekt mij de diepte in. In Mamelis heb ik ook mijn weg naar het bijwonen van de mis teruggevonden. In een leesgroep bespraken we met een van de monniken mystieke teksten. Door gebed, lezing en gesprekken heeft mijn geloof zich verdiept en heb ik ook woorden gekregen voor de ervaringen in de stilte. Zo heb ik ontdekt dat wat ik hier in de kerk van Oud-Valkenburg voel, echt mijn roeping is."

 


In de oprijlaan tussen kasteel Genhoes en de Johannes de Doperkerk had Karin Frinsts een bijzondere ervaring.

 

God voelen

Het ontdekken van die roeping ging niet van vandaag op morgen. "Ik heb er bijna 20 jaar voor nodig gehad om dit hardop te zeggen," bekent Frints. "Ik voelde het van binnen wel, maar ik had er geen woorden voor. Het was af en toe ook best een zware ontdekkingstocht. In 2012 vond het kerkbestuur dat ik ermee moest stoppen, omdat het volgens hen niet veilig was dat ik als vrouw urenlang alleen in de kerk zat. Inderdaad is er één keer een verwarde man hier binnengelopen. Dus ik snapte dat kerkbestuur wel, maar ik heb mij nooit onveilig gevoeld. Het gevolg was wel dat ik in een rouwproces terechtkwam. Ik miste de stilte en ik miste het in de kerk zijn."

De discussie met het kerkbestuur is voor Frints goed afgelopen en inmiddels is ze alweer enkele jaren drie dagen per week in de kerk te vinden. "Achteraf denk ik wel eens: het heeft zo moeten zijn." "Die rustperiode was nodig om mij te laten ontdekken dat dit echt mijn roeping is. Ik kan gewoon niet zonder de stilte in deze kerk. Als ik hier zit, voel ik een stroom van liefde."

Wie het verhaal van Frints hoort, zou kunnen denken met een eigentijds soort kluizenaar van doen te hebben. Maar niets is minder waar, zegt ze. "Hoedsters van de stilte staan midden in het leven. Ik ben getrouwd, ik heb een baan en ik ben niet geroepen voor een leven als religieus. Juist omdat ik actief ben in de gemeenschap en enkele uren per week de stilte opzoek, kan ik een schakel zijn tussen zoekende mensen en de Kerk. Laatst plofte een vrouw in wielrennersoutfit naast me in de bank neer en zei uit het niets: "Kun je me leren hoe ik God kan voelen.’ Dat is toch prachtig. Wat ik geantwoord heb? Dat God ervaarbaar is in de stilte. Christus is de stilte."

Ontvang onze nieuwsbrieven

Meld je aan en blijf op de hoogte van het laatste nieuws