Gastvrijheid
Tijdens de rondetafelgesprekken in het kader van ons diocesane synodale proces is er vaak gesproken over gastvrijheid. Ook tijdens de conferenties van De Missionaire Parochie in Veenendaal werd vaak de wens geuit dat onze parochies gastvrij zouden zijn. Gastvrijheid lijkt een vanzelfsprekende houding … maar dat is het niet. Je moet er goed over nadenken of je zelf en je eigen parochie werkelijk gastvrij zijn. En wat betekent gastvrij zijn eigenlijk? Wat moet je ervoor doen? Wat doe je als iemand op jouw plaats zit?
‘Er is bij jullie zeker geen mis!’
Een voorbeeld, echt gebeurd. Een echtpaar gaat in de kerk van het buurdorp naar de zondagse eucharistieviering, omdat er in de eigen parochiekerk geen viering is. De twee gaan de kerk binnen en ze gaan in de bank zitten. Degene die voor hen zit, draait zich om en zegt: “Er is bij jullie zeker geen mis!” De opmerking was misschien niet verkeerd bedoeld, maar werd als vervelend en afstandelijk ervaren. Niet gastvrij dus!
Je komt in een nieuwe omgeving – dat hoeft niet per se een kerk te zijn; het gaat om tal van situaties – en je weet niet precies waar je moet zijn, waar je je jas kwijt kunt, of het de bedoeling is dat je een drankje zelf pakt, waar de w.c. is. Je staat wat te dralen en te wachten, onhandig en twijfelend. Je voelt je erg vervelend en opgelaten en je denkt dat iedereen je ziet staan, maar niemand komt naar je toe om je op te vangen. Herkent u zo’n situatie? Zeker als je alleen bent, kan je wel eens in zo’n situatie terecht komen.
Gastvrij zijn is iets actiefs
De kerkdeur openzetten en zeggen dat iedereen welkom is, is niet genoeg. Gastvrij zijn vraagt een actieve houding. Daarover wil ik in deze column met een aantal ideeën delen.
Er zijn vieringen waarbij veel mensen verwacht worden die anders niet komen. Het is dan goed om twee of drie mensen bij de ingang te laten gaan staan om de liturgieboekjes uit te delen, aan te wijzen waar men zou kunnen gaan zitten – er zijn misschien gereserveerde plaatsen – en eventuele vragen te beantwoorden.
Met je gezin zoek je een kerk waar je op zondag terecht kunt. Je kinderen zijn nog klein en zitten niet goed stil, maken een beetje geluid. Het kan gebeuren dat andere kerkgangers boos omkijken en de ouders manen om hun kinderen stil te houden of zeggen dat ze maar even naar de sacristie moeten gaan. Toch zou het beter zijn om op de eerste plaats te laten merken blij te zijn met jonge mensen in de kerk. En dat ze welkom zijn.
Er wordt in veel kerken na de mis koffie gedronken in een parochiezaaltje. Vaak zijn het dezelfde mensen die er gebruik van maken en die met elkaar een clubje vormen. Maar als iemand voor de eerste keer zou willen aansluiten, zou het goed zijn dat er iemand is die daarop let en hen begeleidt en een praatje met hen maakt. Ook is het mogelijk om nieuwe mensen voor te stellen aan bijvoorbeeld de priester of een vrijwilliger die een centrale rol speelt.
Er komen soms ook mensen die helemaal niet weten hoe het er in een katholieke kerk aan toe gaat. Die mag je dan best het een en ander uitleggen. Wat wordt er wel en wat wordt er niet van hen verwacht? Wees daar duidelijk over. Een suggestie: vermeldt in de liturgieboekjes – als die apart gemaakt worden – wanneer mensen geacht worden te gaan staan, zitten of knielen. Iemand die hiermee niet vertrouwd is, voelt zich snel ongemakkelijk. Stel hen op hun gemak. Er zijn natuurlijk ook mensen die gewend zijn naar de kerk te gaan en die hun weg – ook in een vreemde kerk – wel vinden. Maar dat is niet bij iedereen zo.
Bij het ter communie gaan
Het uitdelen van de H. Communie is zo’n moment dat heel ongemakkelijk kan zijn voor bezoekers. We moeten er steeds meer rekening mee houden dat er mensen komen die helemaal niet weten wat het betekent de H. Communie te ontvangen. Ze weten niet wat het betekent en ze weten niet hoe ze dat zouden moeten doen. Stel hen gerust en zeg dat ze gewoon mogen blijven zitten of dat ze naar voren kunnen komen om de zegen te ontvangen. Dit kun je op een vriendelijke manier doen. Het is sowieso tegenwoordig verstandig dat de priester die de mis doet kort uitlegt wat de betekenis is van het communiceren en wie daartoe geroepen zijn. Je duwt niet zomaar iedereen de H. Communie in de hand en het is ook beter dat de communicant zelf naar voren komt, om aan te geven het Lichaam van Christus écht te willen ontvangen.
‘Zalig wij …’!!
In de officiële tekst bij de uitnodiging tot de H. Communie zegt de priester: ‘Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd van de Heer.” Soms wordt ervan gemaakt: ‘Zalig wij die genodigd zijn …’ Dit is een onbijbelse aanpassing. In de Bijbel vind je nooit – op één keer na – ‘zalig ik’ of ‘zalig wij’. Het gaat altijd om de anderen: ‘zalig gij’ of ‘zalig hij’. Je prijst nooit jezelf zalig. En het is beter om open te laten wie er zalig is. Wie ben ik om te zeggen dat alleen degenen in onze viering zalig zijn. Misschien zijn er juist wel mensen buiten onze kring die zalig zijn, maar die op een of andere manier de boodschap van Christus nog niet hebben vernomen.
Jezus als gast en als gastheer
Jezus is vaak te gast bij vrienden, zondaars of Farizeeën. Het gebeurt eigenlijk maar twee keer in het evangelie dat Jezus zelf anderen uitnodigt en de voorbereidingen laat treffen: bij de broodvermenigvuldiging aan het meer van Galilea en bij het Laatste Avondmaal. Alle andere keren ís Hij de gast of nodigt Hij zichzelf uit. Hij neemt het gesprek bij de maaltijd wel in handen, want Hij is nooit zomaar een gast.
Als we naar de kerk gaan, mogen we ons bij Jezus thuis weten. We mogen Hem als gast in ons hart ontvangen. En Hij ontvangt ons aan de maaltijd die Hij voorzit en waarbij Hij zichzelf aan ons geeft. Dit vraagt van ons een bewuste beleving, een nadenken over wat we eigenlijk doen.
+ Ron van den Hout
bisschop van Roermond