‘Dokter en geloof gaan hand in hand’
Tekst: Matheu Bemelmans | Foto’s: John Peters
Uit handen van bisschop Ron van den Hout ontving ze onlangs haar missio canonica: de officiële zending om als pastoraal werkster in het bisdom Roermond aan de slag te gaan. Marion Verwij uit Oss volgde de afgelopen zes jaar de opleiding hiertoe aan het Theologisch Instituut Rolduc. Naast haar baan als gynaecoloog gaat ze nu ook als vrijwilligster pastoraal werk doen in het dekenaat Venray.
Marion Verwij-Didden (1962) werd geboren en getogen in Maastricht, maar door opleiding, baan en huwelijk woont ze al vele jaren met haar gezin buiten Limburg. Ze studeerde in Utrecht, Nijmegen en Eindhoven en werkt als gynaecoloog in het Bernhovenziekenhuis in Uden. Maar de band met Limburg is altijd gebleven. Al was het maar vanwege de bedevaarten naar Lourdes, die vanuit Maastricht worden georganiseerd en waar ze al tientallen jaren als arts aan verbonden is.
In haar woonplaats Oss is Verwij actief betrokken bij de parochie, maar toch besloot ze om de opleiding tot pastoraal werkster 150 kilometer verderop in Kerkrade te gaan volgen. “Dat heeft met mijn Limburgse roots te maken,” vertelt ze, terwijl ze op de bank in haar woonkamer neerploft. “Ik heb het wel met de bisschop van Den Bosch overlegd. Hij vond het prima dat ik naar Rolduc zou gaan.” En dus reed ze de afgelopen zes jaar om het andere weekend naar het zuiden om zich daar te verdiepen in kerkgeschiedenis, theologie en Bijbel.”
Waarom bent u aan de opleiding begonnen?
“Dat was een heel oude wens. Ik ben katholiek opgevoed, zoals bijna iedereen in Limburg in die tijd. Ik zat bij zusters op school en we gingen elke zondag naar de kerk, maar het was meer uit gewoonte dan een bewuste keuze. Ik had een tante die als verpleegkundige met de Limburgse Bedevaart naar Lourdes ging. Toen ik afgestuurd was als arts zei ze: ‘Jij moet ook maar eens meegaan, dat is echt iets voor jou.’ Zoals dat met de meeste mensen in Lourdes gaat: je loopt er meteen gillend weg of je blijft er je hele leven mee verbonden. Dat laatste is mij overkomen. In Lourdes leerde ik ook mijn latere man Kees kennen. Hij was heel kerkbetrokken en door hem ben ik veel meer over het geloof gaan nadenken. In mijn achterhoofd sluimerde altijd het idee: ik wil er meer van weten. Maar ik had een baan in het ziekenhuis en we kregen vrij snel achter elkaar drie kinderen. Toen die nog klein waren, overleed Kees plotseling en stond ik er alleen voor. Dus voor een opleiding had ik toen geen tijd. Zes jaar geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik er toch aan begonnen.”
En hoe beviel dat?
“Uitstekend. Ik heb het met enorm veel plezier gedaan. Het was heel verrijkend. Tijdens een vak als kerkgeschiedenis leer je bijvoorbeeld hoe de Kerk begonnen is en waarom we nu staan waar we staan. In andere vakken ging het vaak over de vraag: wat geloof ik nu eigenlijk en waarom geloof ik dat? Dat het geloof ergens op gebaseerd is en niet zomaar een verzinsel, heeft me enorm gesterkt. Maar dat wil niet zeggen dat de studie gemakkelijk was. Ik heb er hard voor moeten werken en veel tijd in moeten steken. Maar als je iets met plezier doet, is dat niet erg.”
Doe je tijdens zo’n opleiding ook praktijkervaring op?
“Er zijn stages. Die heb ik eerst in de parochie in Mook gedaan en daarna in Venlo-Zuid. Daar heb ik van alles gedaan: van het opzetten van een communieproject tot huisbezoek en was ik lector in de vieringen. Daarna heb ik nog een tijd stagegelopen in het zorgcentrum Vincent Depaul in Panningen. Hier was niets aan geestelijke verzorging en heb ik een klein beetje een gat kunnen vullen. Dat was erg leuk om te doen. Hoewel dat ook een zorginstelling is, was het toch heel anders dan mijn werk in het ziekenhuis.”
Kwam uw ervaring in de omgang met patiënten wel van pas?
“Ik zeg altijd: dokter en geloof gaan hand in hand. Doordat ik al zoveel jaren als arts met de bedevaart naar Lourdes ga, had ik die ervaring dat zieken of gehandicapten vaak met geloofsvragen zitten. Toen ik pas in het ziekenhuis werkte, deden we als specialisten heel veel zelf. We bezochten de patiënten ook op zaal. Sommigen hadden een prentje of een Mariabeeldje naast hun bed staan. Dat was meteen aanleiding voor een gesprekje over hun geloof. Maar nu zijn bijna alle afspraken poliklinisch en is er weinig ruimte om met patiënten over andere zaken te spreken. En er is ook gewoon minder geloof. Vroeger kwam er nog wel eens een geestelijke in de verloskamer om te bidden bij een doodgeboren kindje, maar dat heb ik al jaren niet meer meegemaakt.”
Was de opleiding te combineren met uw werk?
“In het ziekenhuis heb ik één dag in de week vrij en op die dag deed ik mijn stages. En mijn collega’s zijn mij zeer ter wille geweest, want ze hebben zes jaar lang hun weekenddiensten om mijn studie heen gepland. Daar ben ik ze erg dankbaar voor.”
Wat heeft u met het geloof? Wat betekent het voor u?
“Heel veel. Het is iets waar ik mij zeer happy bij voel. Het helpt me vooruit en ik kan erop terugvallen. Het is voor mij een grote steun.”
Hoe staan uw collega-artsen daar tegenover?
“Toen ik in het ziekenhuis ging werken, was het nog het katholieke ziekenhuis Sint-Anna. Er werkten drie gynaecologen en die waren alle drie kerkbetrokken. Tijdens mijn sollicitatiegesprek heb ik duidelijk gezegd: ik doe geen prenatale diagnostiek, geen abortus en geen euthanasie. Ik dacht meteen: die baan kun je vergeten. Maar ze zeiden tot mijn verrassing dat zij dat ook niet deden. Het ziekenhuis is later gefuseerd en we hebben nu een team van elf gynaecologen en ik ben de enige die dit nog steeds niet doet. De collega’s respecteren dat wel, maar zelf staan ze er anders in. Door de opleiding in Rolduc heb ik nu wel meer handvaten gekregen om mijn standpunt uit te leggen.”
Welke rol speelt Lourdes in uw geloofsbeleving?
“Lourdes is heel belangrijk voor mij. Zo’n bedevaartweek is voor alle vrijwilligers heel hard werken, maar je kunt mensen ook met kleine dingen gelukkig maken. Niemand gaat naar Lourdes om beter te worden, maar wel om kracht op te doen. Het is enorm fijn wanneer ik daar al arts iets in kan betekenen. Wat me altijd opvalt, is dat mensen zich vol vertrouwen tot Maria wenden. Mijn man was een echte Mariavereerder en ik ben dat ook. Maar ik kijk toch altijd vol bewondering naar mensen die ondanks hun ziekte of handicap vol overgave tot Maria bidden. Dat heeft me altijd doen realiseren hoe goed wij het eigenlijk hebben. Het is wat overdreven om te zeggen dat ik in Lourdes het licht van het geloof gezien heb, maar het heeft me wel altijd bevestigd in de keuzes die ik heb gemaakt.”
Wat vindt u dan in Lourdes dat u thuis niet vindt?
“Ik heb het idee dat mensen daar veel oprechter zijn en net wat makkelijker over hun geloof praten dan thuis. In Lourdes spreken mensen vaak recht uit het hart. Dat mis ik in Nederland. Daar is ook het idee voor mijn afstudeerscriptie uit voortgekomen. Ik zeg altijd ‘geloof en dokter gaan hand in hand’ en ik wilde weten of dat ook echt zo is. Dus ben ik gaan onderzoeken in hoeverre het geloof een rol speelt bij de specialisten in mijn eigen ziekenhuis. Ik heb enquêteformulieren naar alle collega’s gestuurd. Ik had ze gezegd: je mag je naam invullen, maar het mag ook anoniem. Het is opmerkelijk dat iedereen het formulier teruggestuurd heeft en dat niemand dat anoniem heeft gedaan, terwijl het om iets heel persoonlijks ging. Een aantal collega’s zei: ‘Ik ben gelovig, maar daar durf ik met mijn collega’s niet over te praten.’ Daar schrok ik enorm van. Dat het in deze tijd nog mogelijk is dat mensen niet over hun geloof durven praten! Anderen antwoordden: ‘Als gelovige ben je geen betere of slechtere dokter.’ Dat was ook mijn vraag helemaal niet. Ik denk wel dat het voor sommige patiënten uitmaakt of ze een gelovige dokter treffen. Wanneer je als arts zelf gelovig bent, kun je soms meer voor mensen betekenen.”
In welke zin?
“Omdat je dan net wat meer begrip kunt tonen of je meer in hun belevingswereld kunt inleven. Wanneer je als arts moet praten met iemand die kanker heeft en doodgaat, wordt het een ander gesprek als je allebei gelovig bent. Als ik naar mijn eigen vakgebied kijk, willen alle aanstaande ouders natuurlijk een gezond kind. Maar steeds vaker worden kinderen gezien worden als iets dat maakbaar is en niet meer als een geschenk uit de hemel. Als het kindje dan niet gezond is, krijg ik heel vaak de reactie: dit hebben we niet verdiend. Het opvallende is: met moslims heb ik dat soort gesprekken nooit. Zij redeneren allemaal: wat Allah geeft, is goed.”
Is het niet lastig of frustrerend om als gelovige arts om te gaan met niet-gelovige ouders die vanuit dat maakbaarheidsidee redeneren?
“Nee, als arts kan ik ze alleen helpen in het medische traject. Ik kan mijn geloof niet aan anderen opleggen en dat wil ik ook helemaal niet. Maar ik heb soms wel het gevoel dat mensen iets missen. Heel af en toe komt het geloof toch ter sprake. Een van de andere bedevaartartsen heeft in zijn spreekkamer een Paaskaars staan. Hij begint er zelf nooit over, maar als mensen ernaar vragen, vertelt hij wel wat het geloof voor hem betekent.”
U gaat nu als pastoraal werkster aan de slag in het dekenaat Venray. Is dat het begin van een carrièreswitch?
“Nee, zeker niet. Ik doe mijn werk in het ziekenhuis veel te graag. Het pastorale werk doe ik in mijn vrije tijd. Ik heb geen enkele ambitie om er een betaalde baan mee te krijgen. Met deken Smeets van Venray heb ik afgesproken dat ik ga meedraaien in de diaconiewerkgroep. Verder ga ik huisbezoeken doen en onderzoeken of we meer bezinningsbijeenkomsten kunnen organiseren.”
Mensen praten niet zo gemakkelijk over hun geloof. Hoe zijn uw ervaringen op dit vlak?
“Tijdens de stage ging het contact leggen met mensen heel goed. Nu waren dat wel mensen die om een gesprek vroegen en dan ligt het onderwerp vanzelf al op tafel. Maar ik denk dat er nog veel kansen voor de Kerk zijn, waar nu niets mee wordt gedaan. Ik heb het zelf meegemaakt, toen mijn man plotseling overleed. Hij was nota bene koster en de kinderen waren misdienaar. Maar van rouwbegeleiding vanuit de parochie heb ik nooit iets gemerkt. Toen dacht ik: zo moet het dus niet. Als pastoraal werkster hoop ik juist op dit soort momenten iets voor mensen te kunnen betekenen. Door de combinatie van mijn werk als gynaecoloog en mijn inzet in de parochie zie ik alles tussen geboorte en sterven langskomen. Het is heel breed. Dat maakt het wel heel interessant.”
Wat vinden uw kinderen ervan dat u deze keuze heeft gemaakt?
“Dat heb ik natuurlijk uitgebreid met ze besproken. Ik was toch zes jaar lang 22 weekenden niet thuis. Maar ze zijn zelf ook alle drie op hun eigen manier met de Kerk verbonden. Ze gaan ook alle drie als vrijwilliger mee naar Lourdes. Deze zomer ben ik er met mijn dochter zelfs op de fiets naartoe gegaan. We hopen nog een keer de route van Lourdes naar Santiago te kunnen fietsen.”
Marion Verwij
Marion Verwij-Didden (1962) werd in Maastricht geboren en groeide daar ook op. Na haar studie medicijnen specialiseerde ze zich in de gynaecologie. Sinds 1997 werkt ze als specialist in wat nu het Bernhovenziekenhuis in Uden is. Verwij is weduwe en moeder van drie kinderen. Ze is bestuurslid en medisch directeur van de bedevaartorganisatie Huis voor de Pelgrim in Maastricht. Ze gaat al 37 jaar als arts mee naar Lourdes. Sinds kort is ze ook bestuurslid van de Katholieke Stichting Medische Ethiek. De afgelopen zes jaar volgde ze de weekendopleiding tot pastoraal werker aan het Theologisch Instituut Rolduc. Ze gaat pastoraal werk doen in het dekenaat Venray.